Skip to main content

Full text of "Het Leven Geïllustreerd"

See other formats


¥■(. 



10 Cts. 



24 jdi 1908 



HET LEVEN 

^^GEILLUSTREERDf^ 



OlSOïR/ïTTlBLeTTEN 

X IN BLAUWE 
FLACONS MET 

NEVENSTMNO ETIKCr 

>t aSCENTsTx 

:■ PER F U»CON ■: 

X >C~a/"ÊRAL'vÊR- 
KRIJGBAAf^. X X 
METBEatENBE- 
5U5rON5CttADa.'JI\E 
LAXEERMIDDEL 

/^J G/lLENUSSCHIEDflin- 





Kunsthandel - - Frans Buffa ® Zonen 



Kalverstraat, Amsterdam 

= Eigenaar: J. SLAGMULDER = 



Schilderijeii en Aquarellen van HoUandsche meesters, 

steeds te bezichtigen 

Uitgevers van etsen, gravures, facsimilés 
Grootste keuze in gekleurde platen 

Encadrementen in eiken stül 



HoUandsche fl. 15 Loten 

Premieleeniiig van het jaar 1904 der HoUandsche Grondkredietbank, te Amsterdam 
Kapitaal: E EN MILUOEN GULDEN B««« Je ■PI O ïït£% «'" ■""""• '^■«"' "" •"'»•"«»♦ "« p<„t«.,„i," 

,(..lg.storO MmjS Il.^,OU. = Jaarliiks 6 Trekkingen. = 

o a izwu, 30 & 480; 60 a 240; enz. enz. en minstens aflosbaar met f 15. ^^Ê 
Terstond betaalbaar na iedere trekking zonder eenige korting. Worden te allen tijde èf II,- teruggenomen 

EZtnViTe iXhttlSS^KlSX HoUandsche Grontodietbank, Heerengracht 53ÖT, Anisterdain. 



7^ 



mRmENmHommËm/iNTELS G & j'mwL 



AMSTEHDAM. , 

HOtTEHDAM, 

•> »?'; UTRECHT 



BURGERS 

E. N. R. Rüwielen. 

Hollands beste fabriKaat. 



Hoofdkantoor: Deventer. 



Wit Odol-tandpasta 

Per doos IS, 30 en 50 et Men lette vooral op nevenstaand 
merk en de handteekening: L. POOL tt ZONEII. 




Spiegel-enLüstenfabrielt 
„DE ATLAS" 

voorheen J. VAN VORSTENBERG ® Zn. 

ZoutKeetsgracht, Amsterdam 

Filiaal NieuwendijK 




35 Ceittl "^"^^ °"^ prachtalbMm getiteld 

"''''="* ■ ! „HET DIERENLEWEN", 

fi. J. UBDEBBÖM kWm - Wlaörftaiiten - AMSTERDAM. 




L LIEBËHS & C9. 

Rokin 79, Amsterdam. Telef.8031. 

Inkoop van Oud P&pler 



tegen de hoogste waarde, 




pooerDoooo o q oooo oi 



DMakmetscliraai e 

f 3.50. 

Eikenhout Kleur. Solide. 

Eenig Adres: 

B. W. SIEMONS, 

21, lltreclitseliestraat 27. 

AMSTERDAM, inuaiafljsiiii 

Lang 0.65, breed 0.43 M., hoog 0.85 M. Dn«ft'>ffiflHiaaaQ(QOnOQQ0n 



|É91b flRTimEn I 

|GElDERSCHEMDE88i1 




Kromhout 
Motoren. 

D. GOEDKOOP Jr, 

Amsterdam. 



CJAMIN 

Rotterdam. 

Banket, Koek, Suikerwerken, Cacaopoeder, 
Chocolade, Limonades, Drops en Jams. 

65 Filialen in Nederland- 



en» 



De yyKlei-llectograaf' 

is de oplossing van het Hectografen-vraagstuk. 

Copieert alles, oud en nieuw, elke inkt. 
Geen lijmmassa. 

Aileenverkoop voor Rayons wordt gegeven. 

H. B. deCIerisi's Bopean ïoöf Teeliniseli l(leuwsteBioemeBilaall(.H. 

Toonkamer Damrak {5, Amsterdam. 



t!MkM*il llnnri Iflnn l^jizei^racht 776, tfnltefiim. - rnt Telefoon 17 



3e Jaargang 



No. 30 



24 Juli 1908 



H ET le:ven 

^^GEÏLLUSTREERD 



kOEREDÏOEERDo DOOR- 
FRANS ® VAN'^ ERLEVOORDT 



* 



Üi 



Verschijnt eiken Vrijdag te Amsterdam. Abonnementsprijs per jaar f 5.- Losse nummers 10 cents. Ad vertentiën 30 cents per regel. 

Het Zilveren Jubileum van den Alg. Ned. Wielrijders-Bond. 

De Wielerfeesten te Haarlem. 




De officiëele ontvanjst van het dagelljKich bestuur, de feestKommis.ie en de leden van den A. N. W. B. door het gemeentebestuur van 

Haarlem, in de prachtitfe antieKe hal van het stadhuis. 

Eigen speciaal-opname. 



930 — 



De schitterende reeks feesten die de Algemeene Ne- 
derlaadsche Wielrijders-Bond gegeven heeft ter viering 
van zijn vijf-en-twintigjarig bestaan is in de annalen 
der geschiedenis van het rijwiel met gulden letters 
opgeteekend. Juist in de geschiedboeken van het 
rijwiel, omdat de kwarteeuw van bestaan van den 
Nederlandschen bond in zich bevat de ontwikkeling 
van het rijwiel tot de groote beteekenis die het in onze 
hedendaagsche maatschappij inneemt. Dit is natuurlijk 
door de feestvierenden, die vol jubileumspret, vol dar- 
tele jolijt, drie dagen in Haarlem en zijn prachtige 
omgeving hebben doorgebracht, niet voortdurend over- 



autoriteiten. Hier was te zien hoe uit de logge houten 
kar ten slotte het fijne ranke rijwiel zich had ontwik- 
keld, met overgangen als van den stevigen vierkanten 
driewieler en het hooge sierlijke tweewiel. Het houten 
tweerad, met het enorme zadel — een sofa in miniatuur 
— waaraan geen trappers zitten, doch waarop de „berijder" 
zich voortbewoog door met de voeten snel over den 
grond te loopen: de bekende prentjes van de „draysine" 
uit het begin der vorige eeuw, — meneer met zijn 
enorme hooge-zijden op, de pandjes van zijn jas wap- 
perende in de lucht — dat wonder was hier in natura 
te zien: eigendom van jhr. Boreel van Hogelanden, 




Het DajslijKsch Bestuur van den A. N. W. B., vergaderd in Café Neuf te Amsterdam, om de laatste toebereidselen voor de feesten te treffen. 

Van links naar rechts: Jhr. C. R. T. Krayenhoff, 2de sekretaris, algemeen sekretaris-penningmeesler van het feest-koniité ; D. Fockenia, hootd-knnsul ; 
J. H. Slicher, ,1e sekretaris; Edo Bergsma, Ie voorzitter; Jhr. J. L. van Nahuys; Q. A. Pos, 2de voorzitter; L. C. Steffelaar. 
Tot aller leedwezen was het bestuurslid de heer J. C. Redelé door iamilie-omstandigheden verhinderd de feesten bij te wonen. 

Eigen speciaal-opname. 



dacht, — en dat was ook niet noodig. Doch er is in 
de feestdagen door verschillende sprekers voldoende, 
en herhaaldelijk, terecht op gewezen, — zoodat wij, 
waar wij een overzicht van de feesten hier zullen geven, 
ook dit, ter overpeinzing, willen boekstaven. 

Reeds dadelijk Vrijdagmorgen, toen, ter inleiding van 
de feestweek, en ter karakteriseering van het feest zelf, 
eene historische tentoonstelling werd geopend, bevat- 
tende een overzicht van de ontwikkeling van het rij- 
wiel, van zijn geschiedenis, en van de geschiedenis 
van den A. N. W. B. Hier voor het eerst schetste de 
voorzitter, de zoo populaire Edo Bergsma, hoe de Bond 
van klein tot groot, van bescheiden tot machtig lichaam 
was geworden, met nagenoeg 30.000 leden over heel 
het land verspreid, en geacht en gewaardeerd door 



burgemeester van Haarlem, die het zoojuist aan den 
A. N. W. B. had geschonken, om het een plaats te 
geven in een op te richten sportmuseum. 

Er waren voorts een aantal houten fietsen, de een 
als zóó gesneden uit een ouden eik, de andere met 
draken- en slangenkoppen, zooals men ze op onze foto 
ziet. Daar was een aardige verzameling beroemde fiet- 
sen van nóg beroemder hardrijders uit vroegere jaren: 
Kiderlen, Jaap Eden, Witteveen, Bultman, rezen weer 
in onze verbeelding op. De laatste, thans te Aalsmeer 
wonende, schonk de fiets waarop hij in Nederland, 
België en Duitschland de beste wielrenners versloeg, 
— en waarop hij o. m. den Voute-cup en het laatste 
kampioenschap van Nederland behaalde, en verschil- 
lende, nog niet verbeterde records maakte op afstanden 



931 



► 



van 2 tot 20 K.M. — aan den A. N. 
W. B. met hetzelfde doel als waarmede 
jhr. Boreel zijn unicum aan het bestuur 
aanbood. 

En gelijk er het oudste was, zoo was 
er ook het nieuwste. 

Onze militaire medewerker heeft eeni- 
gen tijd geleden een beschrijving met 
foto's gegeven van het toevouwbare 
rijwiel van kapitein Van Wagtendonk. 
Dit rijwiel was hier tentoongesteld, 
doch met de nieuwste verbetering welke 
de uitvinder er aan heeft aangebracht: 
namelijk een stalen stang, die in gewone 
omstandigheden naast het raam is be- 
vestigd, doch die in rust wordt neer- 
gelaten, zoodat het rijwiel overal vrij 
kan worden neergezet, steunende op 
dien stang, als derde rusipunt. Ten 
einde het lastige heenen-weer schudden 
of zelfs het omvallen van het voorwiel 
te voorkomen, gaat bij het neerlaten 




m Ff]! 

i /•' ^'^■- t *. 



h I 









Oe openiné der tentoonstelliné- 

Van links naar rechts: eerste rij: D. Fockenia, kapt. 
Van Wagtendonk, Edo J Bergsma, W. Binger, S. Crom- 
melin, I.. C. Steffelaar, Q. H. Julius. — Tweede rij: 
F. Lod Heil, C. L. F. Sarlet, F. Q. Verhoef, Q. A. Pos, 
Jhr. C. R. T. Krayenhoff, C. Engel. 
Foto Rootmeyer. 



van den stang automatisch een stalen 
beugeltje naar omlaag, dat het voorwiel 
als het ware vastneemt en het rijwiel 
aldus tegen omvallen behoedt. 

Wij hebben ook van deze inzending 
een foto opgenomen, gevende aldus het 
allernieuwste naast hetalleroudste. 

Kapt. Van Wagtendonk had in een 
glazen kast de gansche geschiedenis van 
het militaire rijwiel in woord en beeld 
tentoongesteld. Wat veel belangstelling 
ondervond. 

Daar waren voorts kasten met medal- 
jes en insignes, oude foto's — heel 
grappig nu die gezichten van eerwaar- 
dige mannen uit den Bond, — die toen 
nog „broekjes" waren! Daar waren ook 
een verbandkist van den A. N. W. B., 
kaarten, signaalteekens enz. enz. En heel 



De tentoonstelling. — Het alleroudste. 

Rechts: het lOO-jarige rijwiel van jhr. Boreel van Hoge- 

landen. Daarnaast de rijwielen met draken- enslangenkop. 

Eigen speciaal-opname. 

precieus, op een kostbaar fluweelen 
doos, lag de „verrassing" voor het be- 
stuur van den A. N. W. B., aangebo- 
den door de firma C.J. Begeerte Utrecht, 
van de Koninklijke Utrechtsche Fabriek 
van Zilverwerken. 

De firma Begeer is altijd „attent". 
Geen gelegenheid, geen feit van betee- 
kenis laat zij voorbijgaan, of zij toont 
hare belangstelling. 

— „Reklame", hoor ik zeggen!... 
Qóed, laat het reklame zijn! . . . Maar 
dan toch een deftige en een kostbare 
reklame, waarvan wij gaarne en met het 
meeste genoegen melding maken. De 
heer Begeer is namelijk een der oudste 
bondsleden en levert sedert vele jaren 




De tentoonstelling. — Het allernieuwste. 

Het voiiwbare militaire rijwiel van kapt. Van Wagtendonk met de nieuw aangebrachte verbetering 

(zie tekst). Eigen speciaal-opname. 



932 



de bonds-insignes. Ter eere 
van het zilveren fees'. van 
den A. N. W. B. nu schonk 
de heer Begeer het bestuur 
een prachtigen voorzitters- 
hamer, een hoogst artistiek 
uitgevoerd kunstvoorwerp, 
vervaardigd uit één stuk 
ivoor, een meesterstuk van 
bewerking. De hamer is 
versierd met een fraai ge- 
dreven zilverbeslag en 
blauwe edelstecnen, wat 
aan het geheel een rijk 
aanzien geeft. Op de boven- 
zijde is het gevleugelde 
wiel en het Nederlandsche 
wapen aangebracht, voorts 
vertoont hij het Bonds- 
wapen, waaronder een 
zilveren plaatje in een 
eikenkrans een vereerende 
opdracht bevat. 

Dat dit huldeblijk door 
het bestuur met vreugde 
is aanvaard, ligt voor de 
hand. 

Maar er is nog een ander 
huldeblijk, dat hier is ten- 
toongesteld : het huldeblijk 
der leden. 

Benige duizenden A. N. W. B.-ers namen er aan deel. 

Het is een album in vier deelen, gevende een over- 
zicht van Mooi Nederland in vele duizenden foto's en 
kiekjes. 

Mooi Nederland, dat, door de gestadige bevordering 
van het toerisme door den Bond, ai meer en meer 
wordt bekend en gewaardeerd. Op breede tafels, achter 
glas beschut, lagen de platen uitgelegd, — fraaie re- 
producties van de foto's, die tegen een matigen prijs 




De 



Apotheose van de AUeéorische Hulde aan den A. N. W. B., Toeristenbond van Nederland. 

Tooneelmatige handeling met koren en muziek. Tekst van jhr. J. L. van Naliuys, muziek van Otto Wemicke. 
komponist dirigeert. — Vlak aciiter den dirigent zUten de_ burgemeester van Haarlem jhr. Boreel van Hogelanden 

Eigen speciaal-opname. 



en zijne echtgenoote. 



voor de leden van den A. N. W. B. verkrijgbaar zijn 
gesteld. 

Doch wij hebben nu lang genoeg verwijld in de beide 
zaaltjes van het Brongebouw, waar de „retrospektieve 
tentoonstelling" was ingericht. Dat wij er zoo breed- 
voerig over schrijven, pleit, dunkt ons, voldoende voor 
hare belangrijkheid. 



Inmiddels was op de 




Niddaiiconcert in den tuin van het Bronjebouw. 



Eigen speciaal-opname. 



Groote Markt het concert 
begonnen, dat de stafmu- 
ziek van het 10''^ regiment 
infanterie, directeur Eug. H. 
Rap, gaf ter opening van 
de feestelijkheden-op-straat, 
en dat door den komman- 
dant van het regiment, den 
kolonel H. C. A. Neeteson, 
aan den A. N. \V. B. was 
aangeboden. Het „Bonds- 
weer", dat achter een grij- 
zen wolkhemel verborgen 
scheen te gaan, kwam van 
achter het regengordijn te 
voorschijn, en gaf dit laat- 
ste tevens een zóó gewel- 
digen duw, dat het voort- 
schoof in de richting van 
een lijn Amsterdam-Haag- 
Rotterdam, waar het in een 
geweldigen piasregen uit- 
eenspatte, zonder dat even- 
wel Haarlem er een drop- 

peltje van kreeg I 

Merkwaardig, niet waar? 
Terwijl wij van feestgan- 
gers die uit Amsterdam, 
Den Haag of Rotterdam 



933 — 



kwamen moesten vernemen dat het daar „bar" regende, 
vierde Haarlem hoogtij onder een zonneherpel, zóó lek- 
ker, zoo niet-al-te-warm als je het bij 'n Bondsfeest 
maar verlangen kan. 

En om half twee begon het orgelconcert in de Qroote 
of Sint Bavo-kerk. Organist was de heer Louis Robert, 
terwijl de gevierde sopraanzangeres Johanna van de 
Linde, uit Amsterdam, als soliste optrad. 

Het was heel vol in de kerk, en het was er heel mooi. 

En een derde concert had plaats in het Brongebouw : 





De optocht. — Germaansche ossenKar, omstreeKs 100 v. Chr. ; — 

Indische palanKijn, omttreeKt beëin van onze jaartellinj; — 

Romeinsche rheda, omstreeKf 100 na Chr. 

Speciaal-opname. 

dit heerlijke lustoord over den Bloemendaalschen weg 
naar Duin en Daal. Hier werd gepauseerd, vervolgens 
eene wandeling gemaakt naar het Koninginneduin, en 
toen naar de stad teruggeieden. 

In de Burgerschool aan de Zijlvest was voor duizend 
rijwielen berging ingericht. Ook op verschillende andere 
punten van de stad waren rijwielbergplaatsen opgeslagen. 

Nu de officiëele opening der feesten, de feestelijke 
gang naar het Stadhuis, en de officiëele ontvangst van 
den Bond door het gemeentebestuur van Haarlem. 

In optocht begaven de leden van den Bond zich, 
onder geleide der verschillende besturen, naar het Stad- 
huis, waar burgemeester, wethoudeJs en de leden van 
den gemeenteraad hen wachtten ter verwelkoming. Voor- 
op de muziek 
van het 1 0**^ re- 
giment, dan het 
dagelijksch be- 
stuur van den 
A. N.W.B., de 
leden van het 
groote feest-ko- 
mité, en dan de 
besturen der af- 
deelingen en der 
vereenigingen. 
Hunne vaandels 
en banieren voer- 
den zij mede, en 
de straten die zij 
doorgingen en 
het breede, sta- 
tige marktplein 
stonden opge- 
vuld met duizen- 
den belangstel- 
lenden. 

De prachtige 

De optocht. - Boven I Tentjacht uit de 17de eeuw; - Karo» uit de 18de eeuw. - Onder: f"™^ cf hJ^" 
Eerste trein van Amsterdam op Haarlem (1839); - Heiswajen omstreeKs 1860. - Omnibus het StadhUlS 

omstreeKs 1860. Eigen speciaal-opnamen. baadde in eCU 



Groote optocht van het vervoerwezen door alle eeuwen heen: 

— Wapenheraut met het Bondsvaandel; — De arKe Noachs; — 

Egyptische wagen omstreeKs 1600 v. Chr. 

Speciaal-opname. 

door het Haarlemsche Muziekkorps, onder leiding van 
Ch. Kriens, 's middags om half vier. 

Met recht kon worden gezegd: dat de feesten van 
den A. N. W. B. met muziek waren geopend! 



Doch ook „toe- 
ristisch" waren 
de feesten Vrij- 
dag mooi be- 
gonnen: met 
een tocht naar 
Elswout en het 
villapark Duin 
en Daal, o.a. 
ter bezichtiging 
van het buiten- 
goed Elswout 
van mevr. de 
wed. Van der 
Vliet geb. Bors- 
ki. De weg 
voerde langs 
Dreef, Dwars- 
weg door den 
Hout, Wagen- 
weg, Zandvoor- 
derweg.Aerden- 
houtslaan, Els- 
woutlaan naar 
Elswout, en na 
bezichtiging van 




934 — 



m 



zilveren 

lichtschijn 
van kaarsen 

in antieke 
luchters, en 

langs de 
wanden 

stond een 
schat van 
planten die 

het geheel 
een in-fees- 
telijk aan- 
zien gaven. 
Op de met 
tapijten be- 
legde treden, 
die naar de 

burgemeesterskamer voeren, 
hadden de burgemeester van 
Haarlem, jhr. mr. J. W. G. 
Boreel van Hogelanden, en 
de overige leden vanHaarlem's 
gemeentebestuur hunne plaat- 
sen ingenomen, en toen het 
bestuur van den A. N. W. B. 
en de overige functionarissen 
waren binnengetreden en de 
vaandeldragers der vereeni- 
gingen en een groot aantal 
leden het verdere gedeelte 
van den hal vulden, nam 
Haarlem's burgemeester het 
woord. 

De burgemeester begon 
met den Bond het welkom 
toe te roepen en er zijne 
vreugde over uit te spreken 
dat Haarlem gekozen was als 
de plaats waar de A. N. W. B. 




De optocht. — Vliegmachine, zevenmijlers. 

Eigen speciaal-opname. 



n vliedende mensch. 




Voorzitter Edo Berésma en ondervoorzitter G. A. 
hunne familie bij de picnic in de duinen. 

Speciaal-opname. 



Pos met 



zijn zilve- 
ren feest zou 
vieren. Hier 
was wel is 

waar de 
stoot gege- 
ven tot stich- 
ting van den 
Bond, maar 
nooit had 
men toen 
kunnen be- 
vroeden, dat 

Haarlem 
eens moeite 
zou hebben 
om alle fiet- 
sers binnen 
zijne poorten te herbergen, 
— wel een bewijs voor de 
uitbreiding van den Bond. 

In welsprekende woorden 
herinnerde de heer Boreel er 
aan wat de A. N. W. B. be- 
teekent, en hij eindigde met 
een hartelijke hulde aan het 
adres van den voorzitter van 
den Bond, zijn ambtsbroeder, 
den heer Edo Bergsma. 

Eens heeft Voltaire van 
Holland afscheid genomen — 
aldus jhr. Boreel — met zijn 
bekend „Adieu canaux, ca- 
nards, canaille!" Maar óók 
heeft hij van Holland gezegd : 
„La Hollande c'est une rêve!" 
Welnu, het is de taak van 
elk Nederlander, om mede te 
werken dat ons land voor 
zijne bewoners wérkelijk 



St^^tj4. ;-. 




'T.»a"*sb;ai«i6y-i.'j^^^^ 




De picnic in de duinen bij IJmuiden, gezien vanaf een der omliëëende hooélen. 

In het duingrasj lagen vierkante karfcnnen dcozen, blauw met wit, die voor vier deelneMers een lunch bevatte: broodjes, gebakjes, kersen en bier 

(dat opihet veid voor limonade was in te ruilen). 
Eigenjspeciaal-opname. 



— 935 



^ 



worde: „une rêve!" De A. N.W.B, 
vervult die taak, en vervult ze reeds 
lang. 

Met een drlewferf herhaald „Leve 
de A. N. W. B." eindigde de bur- 
gemeester, onder langdurige en krach- 
tige toejuichingen zijn fraaie rede- 
voering. 

Toen ontplofte onze magnesium- 
vlam, en de plechtige ontvangst ten 
stadhuize was op onze gevoelige plaat 
vereeuwigd. 

Voorzitter Bergsma nam nu het 
woord. Hij dankte namens den Bond 
burgemeester Boreel voor zijne aan- 
gename woorden, en voor de zoo 
groote medewerking die hij had ver- 
leend. Hij dankte voor de ontvangst 
van de stad Haarlem, dat centrum 





De hoofdtafel bij het landelijK maal in den HertenKamp. 

Links: de heer G. B. Crommelin, voorzitter van tiéttUitvoerend Komité der 
Feestkommissie. Speciaal-opname, 



van verkeer, van toerisme en van 
natuurschoon, en hij uitte zijne beste 
wenschen voor Haarlem's bloei. Ook 
deze woorden werden hartelijk toe- 
gejuicht. 

Aan mevrouw Boreel, die bij de 
plechtigheid tegenwoordig was, wa- 
ren door den Bond prachtige bloe- 
men aangeboden. Onder het gebruik 
van een glas eerewijn bleven bestuur 
en gastheeren nog eenige oogenblik- 
ken bijeen. 

Daarop ging men naar De Ver- 
eeniging. 

In de kleine zaal van dit societeits- 
gebouw werd, bij monde van den 
heer Lugard, het huldeblijk der leden 
aan het bestuur overhandigd: een 
groote som gelds tot uitgave van 
het bovengenoemde werk Mooi Ne- 
derland, en een zilveren lauwerkrans, 
vergezeld van eene oorkonde. (Van 
deze oorkonde konden wij in dit 



De boottocht van IJmuiden naar de Noordzee. 

Speciaal-opname. 



nummer geen foto meer opnemen, daar de plaatsruimte 
het niet toeUet. Wij [zullen echter trachten ze nog in 
ons volgend nummer af te drukken.) En mr. F. Kokosky 
bood namens de Amsterdamsche vereeniging Het Kog- 
geschip het bestuur een kunstvolle verguld zilveren 
plaket aan, als een bewijs van waardeering voor wat 
de A. N. W. B. ook ter bevordering van vreemdelin- 
genverkeer heeft gedaan. 

Nu naar de feestzaal; daar zat het reeds stampvol. 
Op het programma stond: Allegorische Hulde aan den 
A. N. W. B., op woorden van Jhr. L. van Nahuys 
en met muziek van Otto Ludw. Wernicke, uitgevoerd 
onder leiding van den komponist door de leden van 
het koor van Toonkunst, en met medewerking van de 
dames S. IJdo, F. Busquet en Emmy Wernicke. Toen 
de burgemeester en mevr. Boreel, de kommissaris der 
Koningin mr. G. van Tienhoven en de leden van de 
feestkommissie waren binnengetreden, nam de uitvoering 
een aanvang. Met hoornsignalen van tuftuf en motor- 
fiets zette de ouverture in, die den vorm had van een 
defileermarsch op vroolijke motieven, die echt „huldi- 
gend" deden. 

Dan zette de Genius van den Vooruitgang deklama- 




De verteienwoordiiers van den Deutschen Radfahrerbund. 

1. Herr Boeckling, voorzitter van den Deutschen Radfahrerbund. — 2. Qregers Nissen, hoofdkonsul 

van den Duitschen Bond. 
Speciaal-opname. 



936 



torisch in: „Heil u, Toeristenbond van vijf-en-twintig 
jaren!" en braciit in welsprekende woorden liulde aan 
den Bond voor wat hij lieeft ge- 
daan. — De Bond antwoordde: . . 
„Vooruitgang! Heb mijn danli voor 
uwe schoone woorden!" en eindig- 
de: „Mijn Icraclit, mijn energie, mijn 
leven, — zij blijven steeds gewijd 
aan u, excelsior! Koren van wiel- 
rijders en wielrijdsters, automobi- 
listen en motorwielrijders, watertoe- 
risten, tot zelfs de luchtvaart, kwa- 
men hunne wenschen bij die der 
Vooruitgang voegen. Het eindigde 
met een beteekenisvolle apotheose. 

Luide werden de uitvoerders toe- 
gejuicht, en schrijver en komponist 
werden met lauwerkransen gehul- 
digd voor hunne zinrijke en kunst- 
volle kompositie. 

In de schitterend verlichte tuin 
van De Vereeniging, en bij bios- 
koop en dameskapel, werden de 
feestelijkheden dien avond voort- 
gezet. 



genden mensch^ 




Zaterdag werd het dagprogram 
geopend met een rijwieltocht naar 
Lisse; of wel, men kon naar de 
Beekslaan en Duin en Daal fietsen ; 
en een derde bondstocht gaf aan; de Ruïne van Brede- 
rode, en Duin en Kruidberg. Naar welke richting then 
ook ging, — 
allen kwamen 
ten slotte samen 
in den Herten- 
kamp, waar een 
landelijke maal- 
tijd was aange- 
richt. Het was 
een vroolijk ge- 
zicht, al die wei- 
voorziene tafels, 
terwijl muziek 
den maaltijd op- 
luisterde. 

Ook 's mid- 
dags werd op 

verschillende 
plaatsen muziek 
gemaakt : in het 
Brongebouw, op 
de Markt, op het 
Lakenkoopers- 
veld. Doch het 
hoofdnummer 
van den dag was 
de groote op- 
tocht! 

In kleurigen 
stoet kreeg men 
een overzicht 
van het vervoer- 
wezen door alle 
eeuwen heen, 
ingedeeld in vier 
afdeelingen, die geven: het verleden, het heden, Neder- 
land, en eene hulde. Het verleden ging terug tot den 
tijd van Noach, de toekomst leerde ons kennen een vlie- 



Een rioede beKende uit vroeger dagen: 
Frans NeUcher, 

onze koUega van de Hollandsche Revue, die een tien- 
tal jaren „De Kampioen" redigeerde en den A. N.W.B 
00)5 als timekeeper en trainer — hij trainde o. m 
Jaap Eden in diens gloriejaren — den Bond onschat- 
bare diensten bewees. 



die zich, om uit te rusten, op een 
had neergelaten. En in de afdeeling 
Nederland waren de elf provinciën 
door voertuigen en door karakteris- 
tieke kleederdrachten vertegenwoor- 
digd, zoodat deze afdeeling wel zeer 
belangwekkend was. 

Duizenden en duizenden bewogen 
zich in Haarlem's straten. 

De avond werd op Zandvoort 
doorgebracht. Zoo vol als het daar 
was, zal het vóórdien wel nóóit 
zijn geweest. Het vuurwerk lokte 
dan ook tienduizenden naar het 
breede strand, dat, bij prachtig zo- 
meravond-weer, baadde in een schit- 
tering van rood en blauw licht. In 
alle hotels en koffiehuizen werd mu- 
ziek gemaakt, bij het badhuis vorm- 
den zich dansende paren. Het was 
een heerlijk-mooien avond, in alle 
opzichten.- 

En heel laat in den nacht is het 
geworden, vóór de tram de laatste 
reizigers naar Haarlem terugvoerde. 




Het vuurwerK aan het strand te Zandvoort. — :,Hulde aan^den^A. N. W> B. 

Eigen speciaal-opname. 



De laatste dag der feesten opende 

met een grooten bondstocht naar 

IJmuiden, waaraan een boottocht 

op de Noordzee verbonden was. Na terugkomst werd 

picnic gehouden in de duinen, en hierna, per fiets of 

per boot, de 
terugweg naar 
Haarlem aan- 
vaard. Daar 
wachtte ons de 
algemeene ver- 
gadering, in De 
Vereeniging, of 
wel het concert 
in het Bronge- 
bouw — en met 
slotnummer:het 
groote bonds- 
diner, waaraan 
met dit zilveren 
feest bizondere 
zorg was be- 
steed. De ver- 
siering van zaa' 
en tafels, bij 
voorbeeld, was 
uniek ! Aan 
menig bestuur- 
der werden ge- 
durende het 
diner ovaties 
gebracht : aan 
Edo Bergsma, 
aan Jhr. Krayen- 
hoff, aan Foc- 
kema enz. Er 
heerschte een 
prettige feest- 
stemming! 
Het bestuur en de feestkommissie kan dan ook met 
voldoening op de feestdagen terugzien: zij zijn, zonder 
éénig voorbehoud, in èlk opzicht geslaagd, n. h. Wolf. 



937 



Twee mooie Zeereizen 

door Joh. F. Wijsmulier, gezagvoerder ter Koopvaardij. 



II. (§lot.) 

Om twintig minuten voor drieën (mijn liorloge had 
ik ouder gewoonte aan het schot van de hut ge- 
hangen en de lamp, met het oog op 't weer, laten 
branden) werd ik wakker. 

Wat mij toen gebeurde hoop ik dat mij nimmer weer 
overkomen zal. Ik werd wakker met een kriebeling in 
mijn keel, hoestte even, voelde mijn mond met iets 
zoets vol worden en spuwde vervolgens een golf bloed 
op mijn rechterhand uit, zoodat deze geheel rood ge- 
kleurd was en het bloed met straaltjes langs mijn arm liep. 
Ik zat recht overeind in mijn kooi, geloofde mijn 
eigen oogen niet. Ik, van wien iedereen zeide dat „zoo 
sterk" was, — een bloedspuwing! En te oordeelen 
naar de hoeveelheid, geen kleintje ook! Ik zat daar, 
wat je noemt, „paf". 

Een van de handdoeken nam ik uit de poortruimte 
en veegde daarmede mijn arm, hand en mond af. Na de 
handdoek weer op zijn plaats te hebben gelegd, ben ik 
achterover gevallen en weer ingeslapen. 

Ingeslapen. .. tot kwart voor vieren, toen de „honden- 
wacht" over was en ik dus met mijn wachtslui „de 
dagwacht" kreeg van 4 tot 8 uur. 

Ik ben toen gemoedelijk mijn kooi uitgekomen en 
was op tijd aan dek om de wacht over te nemen. In 
een paar woorden vertelde ik het geval aan mijn stuur- 
man, die het niet goed snapte, en mij eerst recht be- 
greep, toen ik even hoestte, en een plekje bloed, zoo 
groot als een gulden, op mijn hand viel. Vier dagen 
daarna gaf ik nog bloed op. Wat kon dat wezen? 

's Morgens raadpleegde ik het doktersboek; daar 
stond een verhandeling in over maag en longbloedingen. 
Longbloedingen waren niet zoo gevaarlijk: aan maag- 
bloedingen ging je gewoonlijk dood. Verder kon je er 
in lezen, dat je bij longbloedingen gedurende de eerste 
dagen weinig te eten moest hebben, bij maagbloedingen 
de eerste vier dagen niets, de volgende zes een beetje 
dunne soep, en vóór den veertienden dag mochten er 
in elk geval geen vaste spijzen verstrekt worden. 

In beide gevallen moest bovendien voor volstrekte 
rust gezorgd en een ijsblaas op respectievelijk borst 
en maag gelegd worden. Dat zei het boek. 
Toen ging ik de diagnose vaststellen. 
Met mijn vuist klopte ik eens op mijn borst en toen 
dat geen pijn deed en ik er ook geen bloed méér om 
opgaf, stelde ik al heel gauw 't feit vast, dat het niet 
van de longen kwam. Maar dan kwam het waarschijn- 
lijk van de maag; dat was gewoonlijk doodelijk en de 
eerste tien dagen kreeg je niets te eten. Dat zeide het 
boek ook. IJs was natuurlijk ver te zoeken. 

Het ergste was, dat na den tweeden dag 't weer 
minder begon te worden en we na vier dagen uit te 
zijn, een storm van het N. W. opliepen, die klonk als 
een klok. En als je nu zoo goed als nacht en dag aan 
dek moet zijn, omdat je baantje 't meebrengt, en je zoo 
telkens even een hoeveelheid gewoon rood bloed in je 
hand spuwt, — als je dan in de maand November met 
een harden N. Westen en een hooge zee, met vliegende 
hagel en sneeuwbuien, met een scheepje van 22 meter 
lengte in de Golf van Biscaye zit, en het medicijnboek 
je zegt, dat je eigenlijk in de eerste tien dagen niets 
te eten moogt hebben, — je ook niet even naar een 
dokter kunt gaan, om dien te raadplegen, — je een 



reis voor de boeg hebt van minsten twee-en-een-halve 
maand, — dan, om 't met een zeemansterm aan te 
duiden, „wil je er wel uit". 

Enfin, langzamerhand werd het bloeden minder; merk- 
baar nadeel had ik er niet van ondervonden en al spoe- 
dig was ik de geheele geschiedenis vergeten. Mijn sigaar 
en pijp rookte ik er gemoedelijk op los, en ten opzichte 
van eten en drinken nam ik me ook niet erg in acht. 
In Holland teruggekomen, heb ik Prof. van Leeuwen 
gekonsulteerd, die, na mij onderzocht te hebben, bevond 
dat mijn body uitstekend in orde was en als reden voor 
de bloeding opgaf: „'t Springen van een aartje in mijn 
keel". Welnu, hij kon 't weten, daarom heb ik er verder 
maar niet meer over gedacht; maar nü even de verge- 
lijking tusschen de behandeling en de verzorging van 
een dergelijk geval, wanneer het iemand aan den wal 
overkomt, of, zooals het onderhavige, op zee gebeurt. 
In den N. W. storm, waarin wij twee volle dagen 
te kampen hadden met noodweer, verloren wij op een 
goeden morgen door een paar overkomende stortzeeën het 
grootste gedeelte van het keukengereedschap, zoodat 
het voor het verdere gedeelte van de reis behelpen 
werd. Tevens werd terzelfder tijd mijn groote Indische 
rieten stoel over boord geslagen. 

Na nog eenigen tijd in het ruwe weer gezeten te 
hebben, liepen wij langzamerhand de passaat in en ver- 
liep de reis zonder noemenswaardige bijzonderheden. 

Een heel aardig incident, dat mij met trots vervulde, 
deed zich echter voor op de hoogte van Kaap Frio, 
gelegen aan de Braziliaansche kust, op ongeveer 23" 
zuiderbreedte. Daar passeerden wij een Engelsche stoom- 
boot, en daar ik gaarne gepraald wilde worden, liet ik 
de Hollandsche vlag en het contra-sein van het inter- 
nationale seinboek hijschen. De Engelschman zette ook 

zijn vlag op, en salueerde het eerst. Van praaien 

was echter geen sprake, want 't was een „tegenkomer" 
en een van die hardloopers, die in minder dan geen 
tijd voorbij en Uit 't zicht zijn. 

Deze reis was ik bestemd voor Puerto Militar, dat 
de grootste Argentijnsche marinehaven is, aan dezelfde 
rivier als Bahia Blanca, en op ongeveer 12 Eng. mijl 
van deze havenplaats gelegen. 

Deze marinehaven bestaat uit een buiten- en bin- 
nenhaven. De buitenhayen is verkregen door in de 
rivier uitgebouwde zeebrekers, terwijl de binnenhaven 
gevormd wordt door een door hooge steenen kaden 
omringd basin. 

In het binnenste gedeelte van deze marine-haven nu, 
kwam ik op den 14° Januari 1907, — 75 dagen uit 
zijnde van Plymouth, en na nog eerst de rivier van 28 
Engelsche mijl opgezeild te zijn, — tot verbazing van 
de marine-autoriteiten, zonder een loods aan boord gehad 
te hebben, ten anker langs zij van een groot Argen- 
tijnsch oorlogschip, met onze groote Hollandsche zes- 
kleedsvlag achterop in top. 

Van toen af kreeg ik eiken dag troepjes officieren 
aan boord met het verzoek het schip te mogen bekijken, 
en hoe meer zij zich er in konden denken welk eene 
reis wij achter ons hadden, des te grooter werd hun 
enthousiasme en werd ik door hen gefuifd en gefêteerd 
op een echt loyale wijze. Van den kommandant van een 
der oorlogsschepen kreeg ik een zeer welwillend schrijven, 
met de uilnoodiging om op zekeren morgen bij hem te 
komen lunchen; ik kon dan tevens hunne hydrogra- 



938 



phische instrumenten bezichtigen, — instrumenten, waar 
Ik wel zeer zeker belang in zou stellen, enz. enz. 



Na ons zeilscheepje weder geheel en al in een sleep- 
boot te hebben gemetamorphoseerd, betaalde ik miin 
equipage af, die allen op verschillende schepen weder 
overmonsterden. 

Ik zelf kwam van die reis terug: als passagier met 
het Engelsche stoomschip „Azul", een der schepen van 
de maatschappij „Ferrol Carril Sud». Wij hadden met 
deze stoomboot 40 dagen thuisreis van Bahia Blanca 
naar Rotterdam. 

's Kapiteins naam was D. D. Lacey. 't Was een 
aardige baas, met wien ik gezellige uurtjes op de een- 
tonige thuisreis had gesleten; maar toen ik op een keer 
beweerde, dat hij zijn naam, ten opzichte van de lange 
thuisreis, eer aan deed, kostte het hem ontzaglijk veel 
moeite, hiervan de aardigheid in te zien. „But good 
luck to you, captain Lacey, I hope, I'll see you again 



Toen de eerste reis zoo gunstig was afgeloopen, 
werd natuurlijk door de vrienden en bekenden met nog 
meer belangsteUing naar de tweede uitgezien; en nadat 
Ik een paar maanden aan den wal was geweest en op 
een goeden middag de club binnenkwam met het be- 
richt: dat ik den volgenden morgen naar Schiedam 
moest, om bij het aanbrengen van de zeilkiel onder het 
schip tegenwoordig te zijn, bracht dit niet weinig ont- 
roering teweeg, en waren er verschillende lui die met 
mij mede wenschten te gaan. Onder dezen bevond zich 
een goeie makker van ons, een zekere Herman van P 
die administrateur van een koffieplantage in Ned Oost- 
Indie en nu met verlof in Holland was. 

Vijf-en-twintig jaar achtereen in Indië geweest zijnde 
was hij eerst een beetje schuw in 't gezelschap, maar 
omdat hl] zoon werkelijk „coeur d'or" was mochten 
WIJ hem allen even graag lijden. Hem besloot ik mede 
te nemen, en den volgenden morgen gingen wij samen 
naar Schiedam. 

Op de „Werf Qusto" van de firma Smulders geko- 
men, bleek dat het schip naar Wilton's Slip verhaald 
was, waar het nu op de helhng stond. Daar zou ik 
maar naar toe gaan, om 't aanbrengen van de zeilkiel 
in oogenschouw te nemen. 

Op het kantoor kwam de naam van het schip ter 
sprake en vertelde men mij, dat, daar de eigenaar, voor 
wien het schip gemaakt werd, .geen naam had opgege- 
ven men het nu maar „Herman" had gedoopt, omdat 
dit de voornaam van den eigenaar was. 

Buiten gekomen kon ik me niet weerhouden een 
grap met mijn metgezel te hebben. 

— Zeg kerel, zei ik, ik zal je eens iets aardigs ver- 
tellen waarvan ik hoop dat je je er door gevleid zult 
gevoelen maar op den voorgrond zeg ik je, het kost 
je vanmiddag bij het diner „champagne". 

— Wat is 't dan? was zijn vraag. 

— Wel Herman, in 't kort, zal ik je zeggen wat 
er gebeurd is. Ik vond 't zoo aardig van je dat je 
vanmorgen met me bent meegegaan, dat, toen zooeven 
op het kantoor mij de keus werd gelaten het schip een 
naam te geven, ik beleefd verzocht het schip „Herman- 
te noemen. Er bestond absoluut geen bezwaar tegen 
en direkt heeft men van de fabriek naar Wilton's werf 
getelefoneerd, om Herman als naam op het schip te 
schilderen." ^ 

— Is het waarachtig waar, Jan?" zeide van P mii 
zijn groote, gebruinde hand toestekende. 



Een eenvoudig hoofdknikje en een krachtig gedrukte 
knuist waren het antwoord op zijn vraag 

— Nu, maar vent, daar dank ik je dan wèl voor 

d^bel^oflk je.'"''""' '""'" "^ ^^""'•"'^^^ h^'^''^"' 

'f Tn^ n.lfl"^"" "f"'" ^' '^^ „elektrische", en omdat 
te l?h T" ^^«^^'^g'^^de, besloten we in een café 
te lunchen, alvorens naar Wilton's werf te gaan 

Toen WIJ op Wilton's werf kwamen, stond met groote 
letters op het schip Herman geschilderd, en moest k 
nog eenige malen Van P.'s hand drukken al^bewis 

ïnoS-Taï. '''''''''''''' '^' '^' -•^'P ""-he'L^ 

te ma'/htL^ '^' f' "'^^ ^"^'^^'^^^ ^^rd het mij toch 
te machtig, - kreeg ik wer'.elijk berouw, dat ik hem 
dat vertelseltje op zijn mouw had gespeld, - kon ik 
met langer de waarheid voor hem%e?bergen en ont 
vouwde Ik hem, dat, hoewel 't mij innig speet die 
aardigheid met hem te hebben uitgehaaïï^ 't nu toch 
met langer doenlijk voor mij was^e waarh^d voor 
hem te verbergen. En of hij mij vergeven wildel 

Nu, Ik moet eeriijk bekennen, dat Van P. erg onde^ 
den indruk was, zóó zelfs, dat ik werkelijk sniit had 
de mop te hebben verzonnen. Geruimen «f fat hij in 
zijn hoekje van de spoorweg-coupé weggedoken en 
deed geen mond open. Maar eindelijk scheen het of 
hij het geva van den vroolijken kant ging beschouwen 
l;gTotnt'S'^-^-----^--^^eeinh:m' 

dat zou och geen bezwaar behoeven te zijn om als 
we vanmiddag in Polen komen, de andere ^^6; op 

Vertel jtj het gemoedelijk zoo over als je het mii ge- 
daan hebt, dan zorg ik tóch voor de „pagne" ^ 

bebofd"e ik hemT..^"''"'" ^"'■'^'•^■'^ «"^ gelachenen 
Deiootde Ik hem dat ik mijn woordje zou doen 

bn s middags is 't er vroolijk naar toe gegaan Met 

hoe vee flesschen de „Herman" gedoopt is ee worden 

weet ik niet meer; maar zeker il, dat als fen sch ï' 

lirtZ tir^t^'"'" ^«" eerst'e r:is"n"afzl' 
gaat, t altijd een gelukkige reis zal hebben 

Het leukste van de geschiedenis was, dat toen den 
volgenden dag er een andere vriend van ons in t ge" 

res en ^nf;.^"''* binnengekomen van de een of andfre 
reis en mj te samen in „de Kroon" zaten te dineeren 
ik dezen ook van het geval op de hoogte bracht S 

P. zat reeds weder met de wijnkaart in zijn hand en 
gmg t er weer even lustig toe als den virigen dag 



Eindelijk, na de „Herman" getuigd en alles vnnr h^ 
oTÏÏ T3^;rr/^ Hebben^gebriht,VoÏ5^drp;aÏÏ 

ton^L^to^gZ" "" '' "^^" '^"^ ^" '' ^^g-^-ed 
Waar volgens de Hollandsche wet een zeker percen- 
tage van de bruto grootte wordt afgetrokken voor ka- 
juiten machinekamer, steenkolenbunkfrs, provisilhokken 
enz. dient de eigenaardigheid vermeld e^ worTen dat 
na af rek van dit percentage, de „Herman" voige'ns de 
auenthieke autoriteiten, minus 0,54 registerfd ton 
netto groot bleek te zijn. regisierea ton 

Oorspronkelijk weder voor Bahia Blanca bestemd 
werd de reisroute echter veranderd en was nu he eÏÏ-' 
doel van de reis Buenos-Aires geworden. 



939 — 



Eerst 's morgens wat oponthoud, omdat de kok niet 
present was. Nu, zonder kok kan men het eenvoudig 
niet stellen, en toen deze brave eindelijk tegen een uur 
of negen kwam aanzetten, bleek het, dat hij zijn goed 
niet bij zich had. 

„Dat was onder weg", — wat aanleiding gaf tot 
een geduchten uitbrander aan kok's adres. Maar einde- 
lijk kwam ook dit zaakje aan en was er toen geen 
beletsel meer de trossen los te laten gooien en te ver- 

't Was mooi weer, eigenlijk te mooi voor een zeil- 
schip, want er was bijna geen wind, en wat er nog 
was kon als „tegenwind" gequalificeerd worden. Maar 
ik wilde toch naar buiten toe, het oude spreekwoord 
getrouw „buiten wordt de visch gevangen". 

En zoo werden we den Waterweg uitgesleept en het 
ik zoetjes aan de zeilen bijzetten. 

Om één uur 's middags ongeveer, stonden we op 2 /g 
mijl afstand van het Maas-vuurschip en praalde ik de 
sleepboot, om los te gooien. 

Nadat de sleeptros was losgegooid en ingehaald 
kwam de sleepboot langszijde, om de loods en de 
andere gasten over te nemen, en nadat dit gedaan was, 
een laatste handdruk aan allen, — stoomde de sleep- 
boot onder een „hoerahtje" nog eenmaal rond de „Her- 
man" en zette toen koers naar den ingang van den 
Nieuwen Waterweg. 

Bij mij aan boord op de reddingboot staande, die 
onderste boven op het achterschip gelegd was, wuifde 
ik mijne vrienden, die aan boord van de sleepboot waren, 
een laatst vaarwel toe en hoe verder de sleepboot met 
de makkers zich verwijderde des te meer begreep ie, 
dat je nu voorloopig alle genoegens van den wal ter- 
zijde had gezet en je het de eerste maanden met ge- 
zichten op lucht en water tevreden had te stellen. Er 
lag iets weemoedigs in, de eene sleepboot die de andere 
naar buiten had gesleept, naar binnen stoomende, naar 
huis toe gaande, de andere met haar ééne stelletje 
zeilen in top, dobberende met een flauwen tegenwind 
op de Noordzee en een reis van een 7000 Engelsche 
mijl voor de boeg. 

's Middags van dienzelfden dag was het doodstil ge- 
worden en liet ik in 12 vadem water het anker vallen, 
om „tij te stoppen". 

Tij-stoppen wil zeggen: met windstihe ten anker 
gaan met de zeilen in top geheschen, om zoolang te 
wachten, tot de tegenstroom „af" is, kentert, en je 
dan met een goeden stroom eenigszins in de goede 
richting zal drijven. 

Den volgenden middag eerst kwam er een flauwe M. 
0. koelte door en met dezen wind sukkelden we naar 
het Engelsche Kanaal toe. 

Even als de vorige reis had ik ook dezen keer een 
hond en een kat aan boord. 

De hond scheen ervan op de hoogte geweest te zijn, 
dat zij een lange reis voor de boeg had, zoodat zij in 
Schiedam formeel had uitgeklaard, want nadat wij 7 
weken op zee waren, wierp 't beest 5 jongen en werd 
ons koppenaantal dus van 9 tot 14 stuks uitgebreid. 
Toby en Tom, onder welke namen hond en kat aan 
boord bekend stonden, waren eerst de beste vrienden 



geweest, doch na de uitbreiding van Toby's familie 
was daar een kentering in gekomen, konden ze elkan- 
der niet meer luchten of zien. Toen de jonge hondjes 
't hok uit konden kruipen, wat ze na een dag of veer- 
tien reeds deden, kregen we aardige tooneeltjes te aan- 
schouwen, want van zoo'n oogenblik wist Tom heel 
gauw gebruik te maken door zich heerlijk in het hon- 
denhok op te schieten. Allengs kwamen de kleine hond- 
jes terug, nestelden zich tegen Tom aan en als alle 
hens dan weder in 't hok waren stond Toby er som- 
tijds vóór en dorst er niet in te komen. Daar kon je 
een uur naar zitten kijken en somtijds om de koddige • 
situatiën hartelijk lachen; en daar heeft men op zulk 
een reis wel eens behoefte aan. 

Over 't geheel genomen liep deze reis goed at, zon- 
der averij van welken aard ook, echter verloor een 
mijner matrozen, die dezen keer allen uit Hollanders 
bestonden, — één Surinamer was er bij, — bij het 
overboord zetten van het anker een halve pmk, voor 
mij als waarnemend geneesheer een „interessant geval". 
Toen hij in Buenos-Aires van boord ging, was hij ech- 
ter geheel genezen. .. 

Na 74 dagen uit te zijn, kwamen wij op 25 bep- 
tember des avonds 10 uur op een mijl afstands van 
den haven van Buenos-Aires ten anker. Den volgenden 
morgen nam ik een sleepboot aan, die ons naar binnen 

^^Sist in den ingang van de „Boca", de oudste haven 
van B A., lag de „Azul" kolen te lossen. Een der 
matrozen, een Griek, sprong op en stond in minder 
dan geen tijd met armen en beenen in de ucht te 
zwaaien, rende toen naar de midscheeps, maakte ver^- 
volgeiis de stuurHeden en machinisten op de „Herman" 
opmerkzaam en dezen lieten zich niet onbetuigd, ver- 
welkomden de „Herman" met „three cheers for the 

Dutch captain." 

Even later kwamen zij natuurlijk aan boord en ver- 
telden ze mij dat de Griek hen verzekerd had, dat dat . 
niemand anders dan de Hollandsche kapitein geweest 
kon zijn, die met hen voor twee reizen de thuisreis 
gemaakt had. Aardige herinnering. 

Na ook dit scheepje weer in een sleepboot veranderd 
te hebben, leverde ik het af aan de eigenaars, betaalde 
de equipage af en kwam zelf, als passagier met het 
s.s. „Ruapehu" van de „New Zealand Shipping Com- 
pany" via Londen naar Holland terug. 

In het hotel waar ik gewoonlijk eenige dagen logeerde, 
na binnenkomst van een reis, waren twee dames, die 
mij de lieve attentie bewezen, naar aanleiding van mijn 
voorspoedige reis, een groote bloemenmand in den vorm 
van de „Herman" met masten, boomen, gaffels en zei- 
len en alles van de mooiste Fransche winterbloemen 
aan te bieden en tevens werd er een hartelijke dronk 
gedronken van het edele vocht, waar Herman van P. 
bij den aanvang der reis zulk een goed voorbeeld mee 
gegeven had, zoodat deze reis werkelijk een aaneen- 
schakeling van aangename herinneringen voor mij ge- 
worden is. , , . , 
Dat die twee dames lang en gelukkig mogen voort- 
leven ! 

Baarn, Juni 1908. 



^HN 



=0- 



— 940 



Pretentie. 



Qe danmaligmg ,s de grootste vijand der schoonheid 

n. ii.^""t'-7ü u ^''■''^"'^' "^" de goedheid zelfs 
De schoonheid, behalve de gevallen der uitzondering 

koofSeTd H ''" ''^^'^lonc.l iets, waarvan de ht 
koorl.jkhe.d de oorsprong, het begin is. Enkele schep- 

mtkfh?H T 5'^'"^^ "^^ ^^"^ '^^'' P'^stische vo*^^- 

stellen. Wel zijn ze zeldzaam, en Iet eens op, als men 

dfe heT?rooM " 1 ^^"°"'l-«"' ^an zijn z|' het niet 
aie net grootste enthousiasme afdwingen 

Schoon of bekoorlijk, eenvoud zij uw tooisel uw 

e^:: ' te'^tSif", ""' T"" "°°'* ''- -'^ " "" -n 

moer en d.?",: Tf* ^' ''^^- ^^^^ ^^" ^"^eren de 
moeite en de zorg het te zien of te gissen. 

* * 

rende^zS^''""?' '' de /afgunst de meest dominee- 
LeneLd nm T * T''^'^'^ geslacht. Altijd is men 
geneigd om t meerdere, 't voorrecht bij anderen te 
betwisten, en al drage men ook den schijn van zulks te 
verwerpen de schoonheid benijdt men wellicht het meest 

^ij toch ,s de oorzaak van schittersucces. Zij is het 
paspoort, waarmede men overal binnenkomt. Een moo 
voorkomen pleit vaak beter dan de grootste redenaar 
en wint bijna altijd het geding. redenaar. 

Deze schoonheid, die inneemt, die vervoert verhV<!+ 
hare uitwerking, hare macht, als ze louter aansIeS 
geveinsd is. Men zij op zijne hoede, zoodra e di' 
schijn aanneemt, eene bewondering op te dringen die 

neTr ^[^^ £, 'f'" -"'^^-"Abo'den hebbfn,"wat 
neer zij zelf met als eene koningin was gaan poseeren 
De gunst stelt tot allereerste voorwaarde: nEiJk 
heid, en sluit alle gemaaktheid uit. Een gesteven k eed 
teTe "//^'■'^^"^.^«^■«ke plooien. Evenmfn zal de pre 

?en wiS Hr""""^'."^. ^ '°'* ^°* bekoorlijkheid bren- 
gen, wijl de eerste de laatste niet begrijpt 

verïand'' h°r°°'"'^r''r ' ''" ^' herinneren, wat het 

gezocht IS of gedwongen. In plaats te genieten het 

Z?u\T '"^•'^^"' ^'^h^P* de%erwaand\ de inge 
beelde behagen in eigen gedoe, en legt eene souverefne 
minachting aan den dag voor alles en allen, die ^t 
van hem houden, of hem aardig vinden. Hij verdraag 
me ongeduld het succes van zijn evenmensch, en gl 
voet men zich door diens roem aangetrokken wil men 
J|J hem zijn, naast hem staan, vervoerd door din r^eS 
goo:heMtTug.'^^^^' '^" ^-^t de pretentieuze zich 2 

Iiik^'vr!!'o!Ht''n ' u^T '''™°''*' ^^ ^°" "«'^h werke- 
viLn f • I T^ '^^'^'^ gestemd kunnen zijn- hij 
vertoont niets dan een grijnzend masker. ' 

altS'[n'e,inh '*""* f t°t sympathie. Hij vervalt schier 
altijd in emphase, verliest daardoor zijn laatste greintie 
mnemendheid en wordt ten slotte eeie kwelHnlToor 
zich zelf, evengoed als voor zijn medemensch ^ 

* * 



waS'ls ^ '' " '*'' ''"' "'^"^"^"^'^ ''^Sen, maar 

Er zijn twee manieren om eene taal te spreken- die 
der school en die der wereld 

Zii^is *de' it\ f ^'°^'' "'' ^'' "" '^^^ schouwburg. 
ZIJ IS de taal der redevoeringen, der pleidooien en 
eischt opgesmuktheid en ernst. Het is de taaUrstriS 
gestrengen vorm, volgens de regels der grammatSa 
Zoudt ge die taal in gezelschap, lis converit^g Ie 
ven te spreken, ge zoudt u hoogstbelachel ijk maken - 
Spreek eens in 't gewone, dagehjksche levin^ verzen 



3^lS Tf "'^gf"gs^erbindingen, of bedien u herhaal- 
delijk onder verhaaltoon van de aanvoegende wijs (sub- 
J9nct,f), „en zal u voor pedant en schoolmfesterig houden 
Ik heb eene jonge, bekoorlijke vrouw gekend gees- 
tig minzaam, aanvallig, eenvoudig zelfs in haar opt e- 

ware he ntV".'"f °?'''''*'" ^"^^^" ingenomen hebben, 
ware het met, dat zij zoo verbazend veel aanstellen 
oonde om mooi te spreken. „Hij zocht mij te^ont 
stelen van de^allerkostbaarste-^oorbellen" zeide ze 
eens en alle aanwezigen keken mekaar aan 

aan^ Sll^ ui ?"'' ''^'' "'J"' ^'' gehoorzaamt er 
aan? Niemand behalve zij, die willen gehoord worden 
Daartoe komen ze op die manier dan ook.gemakkeJS' 
maar de bespotting blijft niet uit. •ë*^maKKeiijk, 

Het talent en de wetenschap hebben dezelfde behoefte 
aan bescheidenheid en eenvoud als al onze anSer voor 
rechten. Z.j, die waarlijk buitengewoon begaafd zijn 

no^ hu"nnf ^f"?l'g.^"d '^ ^erk gaan. Zij^ekenTn 
nog hunne „Wenigkeit" tegenover de groote meester- 

Z't'l '^'l!}''^^'- Slechts de arme en leege van geest 
IS pochzuchtig en pretentieus. ^ 

Eene der meest betreurenswaardige aanmatiein^en 
ter oorzake harer gevolgen, ter oorzake harer décfptfes 
"^'m' ^!J. medebrengt, is die der goedheid '^' 

Mogelijk is zij wel 't meest algemeen, wijl zii zich 

maaï "h ï '"'" f "^'^^ ^" ^'''^^ 't gemakkd kst'eign 
^ernuM ï uuu"^ noodzakelijk jong en schoen te zijn, 

Ir ceLll rï''f ' r S'^'^ ^' ^'^^'J"^n- Iedereen kan 
er gemakkelijk toe komen: daartoe is slechts noodie 
moed hebben of zich in te beelden dat men ze he ft' 

m..?rl "uf ''^'•'"^ ^^ ''''^ epidemisch. WeS g 
menschen bekennen, zelfs tegenover hun eigen geweten 

heldl Serolentiï:"- "^^ ^^ ^^^^ ^^ ™-' 

* * 

Eenvoudig is 't, de ware goedheid van de geveinsde 
laatste'Seft,?^ '' ^^^f , "^^ii^* -eh vaf ze^d 

goed' of it hfh l"T^ '^°°'* ^^SS^"-- "Ik ben erg 
goea , ot „ik heb toch zoo'n goed hart" is dat hpf 

zelfde, als wanneer de parvenu Lophoudelijk van zïne 

edelmoedigheid den mond vol heeft. De fne zoowe 

n et .ifn'. k'' ,-rf^ '" ^^^°^"' <^^'' ^^""eer hij ze 
niet zijne kwaliteiten aan den klepel hangt, hij onse 

den hebZ'd"" '" f'- ™^^^^^happij%al paf s'eern Bie- 
den hebben de overtuiging hunner onvolmaaktheid Z i 
zijn als de lafhartige, die lawaai schept om z ch moed 
m te spreken of zich zelf gerust te stellen 
Zii heSrLf "°°T ^'" "i^erlijk vertoon of kenteekenen. 

Sel n fS J"- .?°" k" '"°^'^ g'i ^«t' ^" tr^eht zoo- 
veel in uwe macht is, bescheiden te zijn in werken en 
daden, woorden en gesprekken 

De bescheidenheid staat iedereen goed, den eeleerde 

stat on't""h ^^'' f'" "^''"'^^" "--h als h'em d 
staat op de hoogste sport van den maatschappel ijken 
ladder, maar vóór alles past zij de vrouw. ^ ^ 

Indien de deugd: der bescheidenheid is geprent in d. 
ziel der vrouw, zal deze zich afspiegelen in haren blik 
op de sp.ertrekken van heur aangezTcht ZH za "an al 
zarha"ar"iran T ''^'«r^"^''^^" ^--"'^ -''"•^e"^ 

smaak de ïn' ^^^"'^1''^" '"^^^^" ^'"^ ^o^^^^' «i«en 

smaak, die zoo kenmerkend teekent de welopgevoede 

vrouw en haar onderscheidt. Zij zal de jeugd bekoor 

.Jkheid en s.ersel verschaffen. Zij zal voor ^t indivTdu 

van aüeTe'k. '°" '' ^°^'"™^^ ^^^^'^ '^ ^^^^'^g 
^- G.KR. 





E 
a 

73 



E 

<; 

cT 
o 
o 

M 





CQ 




en 




j5 




cö 








U, 




C3 




R 




»-i 






• 




u 


4) 


Q) 


•T3 


9i 


ra 


-OS 


> 


3 


n/l 


h 


c 


« 




'«i' 


D 




R 


tn 


n! 


»4 


ïï 


13 


> 


(fi 


o 


> 


T3 



;3 K 









— 942 



Een en ander over Perzië, naar aanleiding van de politieKe Rrisis. 



III (Slot.) 

Bij het vervolfe der foto's van 
volksstammen die het groote Perzi- 




Ecne KauKasische. 

sche rijk bewonen, geven wij heden 
de prachtige foto welke wij aankon- 
digden in ons vorig opstel: die van 
Teheran, waarop 
men den aarden wal 
kan zien door wel- 
ken alle groote ste- 
den in Perzië om- 
geven zijn, — een 
aarden wal met 
torens en grachten, 
die de steden tegen 
de aanvallen van 
vijandelijke legers 
moesten bestand 
maken. Vandeove- 
rigefoto'szijnvoor- 
al belangwekkend 
die waarop men 
eene Chaldeeuw- 
sche en eene Arme- 
nische familie ziet 
afgebeeld. Fraai is 
de foto van het 
heilige theater en 
wij twijfelen niet 
of ook de andere 
illustraties — zeld- 
zaam als foto's van 
Perzië zijn — zul- 
len bij den lezer belangstelling wekken. 
Thans vervolgen wij ons opstel 
over de zeden en gewoonten der 
Perzen en de verdere beschrijving 



van wat ons voorkwam belangwek- 
kend te zijn. 

De vorige week verlieten wij eene 
Perzische familie terwijl zij aan het 
middagmaal zat. De heeren 
zaten metde knieën gebogen, op 
de hielen gedoken, op een 
stuk vilt. Het tafellaken lag 
op het vloerkleed en vóór elk 
der dischgenooten lag een 
groote snede brood, die tevens 
als bord dienst deed. De spij- 
zen werden op koperen scho- 
tels binnengedragen en juist 
zou men aan den sorbet be- 
ginnen, een soort vruchten- 
gelei met IJswater, die in 
porseleinen koppen werd rond- 
gediend en die met kunstig 
besneden houten lepels werd 
gebruikt. 

't Is wel eigenaardig zoo'n 
Perzische familie te zien mid- 
dagmalen: men tast toe met 
de vingers en eet en drinkt 
naar welgevallen, zonder daar- 
bij een woord te spreken. 
Na den maaltijd worden de 
waterpijpen gebracht en het 
gesprek neemt een aanvang. 
Ook bij een bezoek worden 
de vormen zeer in acht genomen. 
Dat is trouwens oostersch. De bin- 
nenkomende groet, terwijl hij de 



der zon. Als Mohamedanen rekenen 
de Perzen bij maanjaren. Maar als 
een overblijfsel uit vroegeren tijd, 
toen men er het zonnejaar had, 





Eene Chaldeeuwsche familie, 

rechterhand op het linker gedeelte 

van de borst legt en het hoofd buigt. 

Volgens de gewone tijdrekening 

begint de dag met den ondergang 



Eene Armenische. 

wordt de tijd der voorjaarsnacht- 
evening als een soort van nieuw- 
jaarsdag (naoeroez) gedurende eenige 
dagen feestelijk ge- 
vierd. Een alge- 
meene bededag is 
de herinneringsdag 
aan den dood van 
den iman Hassan, 
den kleinzoon van 
Mohamed. Andere 
rouwf eesten zijnhet 
Moharrem(deeerste 
tien dagen der eerst- 
volgende maand), 
namelijk naar aan- 
leiding van èn ter 
gedachtenis vanden 
moord op Hassan 
en Hosein, zonen 
van Ali; en de 19"*^ 
dag Ramadan, ter 
gedachtenis van het 
vermoorden van 
Ali zei ven. 

Tot de bronnen 
van bestaan behoort 
er in de eerste plaats 
de landbouw, hoe- 
wel nog vele mild 
besproeide gronden aan rivieren, be- 
ken en kanalen (kenat) braak liggen 
wegens gebrek aan handen. Het on- 
gerijmde bevel der regeering, omstreeks 



— 943 



het jaar 1860 gegeven, om al den bouwgrond te be- 
zaaien met slaapbollen, was oorzaak dat een vreeselijke 
hongersnood intrad (1871—72), waardoor meer dan 
anderhalf raillioen menschen om het leven kwamen, 
doch waardoor jaarlijks in Perzië ongeveer 150.000 
K.G. opium werd verkregen, die aan den Sjach, aan 
de ambtenaren en aan de kooplieden, ook nu nog, groote 
winsten opleveren. , Op het oogenblik heeft men in 
Perzië ongeveer 1 3 7o bouwland, 1 2 7o wei- en hooi- 
land, 5 «/q bosch en 70 7o woeste gronden. Een wel- 
varenden boerenstand zoekt men er te vergeefs. Alleen 
de eenvoudigheid der levenswijze en de goedkoopheid 
der levensmiddelen stellen den landman in staat om in 
zijn onderhoud te voorzien. 



ontbreken van kapitaal en arbeidskracht, in de afwezig- 
heid van bevaarbare rivieren en goede zeehavens, in 
de geringe aanmoediging der nijverheid, in het ver- 
keerde besteden der inkomsten van den staat, in de 
hooge binnenlandsche rechten en in de moeilijkheid van 
het vervoer langs zeer slechte wegen. De handel is er 
het meest in handen van Armeniërs en oorspronkelijke 
Perzen. Sinds het verdrag van Toerkmantsjai, den 22^'^" 
Februari 1 828 ter gelegenheid van den vrede tusschen 
Rusland en Perzië gesloten, is er tusschen beide lan- 
den een handelsverdrag tot stand gekomen dat het 
eerste was van een reeks verdragen van dien aard die 
Perzië sloot met andere landen. Eerst had de uitvoer 
van de verschillende produkten plaats over Astrakan 




Gezicht op de stad Teheran. 

Op deze foto ziet men uitmuntend de steenen wallen waarvan Teheran en de meeste andere Perzische steden omgeven zijn. 



Uit het gebergte verkrijgt men op de eenvoudigste 
wijze eenig ijzer, lood en koper. Tot de meest gezochte 
voortbrengselen der nijverheid mag men rekenen: koperen 
gereedschappen uit Kazan, gouddraadwerk uit Sendsjan, 
en gedamesceerde wapens uit Khorassan, Sjiraz en 
Ispahan, alsmede geciseleerde bronzen vazen en bekers. 
Vele van deze voorwerpen worden tegenwoordig naar 
Europa geëxporteerd met Londen tot einddoel, waarvan- 
daan de voorwerpen dan verder over het kontinent wor- 
den verzonden. Met de Perzische markt staat Nederland, 
voor zoover wij weten, niet in dadelijk kontakt. Bekend 
zijn voorts de Perzische sjaals, de Perzische tapijten en 
fraai houtsnijwerk. Ook zijden stof, fijn glaswerk, leder 
en geitenhaar worden veel naar Europa verscheept. 

Handel is er in Perzië weinig; de laatste jaren even- 
wel neemt hij toe, dank zij vooral Engelschen en Rus- 
sischen invloed. Doch een twintigtal jaren geleden had 
hij zoo goed als geen beteekenis. De oorzaken daarvan 
waren — en zijn voor een deel nog gelegen in — de 
gebrekkigheid van het binnenlandsch bestuur, in het 
gemis van veiligheid van personen en goederen, in het 



en Tiflis. Maar sedert de uitbreiding der stoomvaart 
op de Zwarte Zee geschiedt het door middel van groote 
karavanen, welke van Tebriz over Erzeroen naar Trebi- 
zonde gaan, welke laatste stad langen tijd als de stapel- 
plaats der Perzische handelswaren kan worden beschouwd. 
Sinds even wel. Russische Spoorwegen verschillende cen- 
tra met de/warte Zee verbinden, is Trebizonde 'door 
Poti vervangen. 

De regeering van Perzië berust in de handen van 
den Sjah-in-Sjah. Deze titel beduidt: Koning der Ko- 
ningen. De Sjah was tot voor korten tijd een despoot 
met onbegrensde macht; echter, men weet dat Perzië 
sedert korten tijd een grondwet heeft en eene volks- 
vertegenwoordiging, welke laatste juist de oorzaak is 
geweest van den huidigen politieken toestand. 

Die volksvertegenwoordiging is naar huis gezonden, 
het paleis is plat geschoten, — het verloop der gebeur- 
tenissen kent men .... 

's Konings banier is de zon. Hij wordt gehuldigd als 
de verhevene, groote monarch, de keizer van alle staten 
van Perzië. Te voren werd hij ter zijde gestaan door 



944 



den Sadrazam, met het bestuur der 
buitenlandsche zaken, en door den 
emir of daoeleh, die met het beheer 
der geldmiddelen was belast. In 1858 
echter is door den grootvader van 
den huldigen sjah de betrekking van 
eerstgenoemde afgeschaft en een 
staatsministerie met departementen 
ingesteld. Ook een raad van state, 
waartoe de ministers en de prinsen 
behoorden, bestaat niet meer sedert 
1875. 

In elk aanzienlijk gewest heeft men 
een goeverneur (hakim), die meestal 
tot de leden van het vorstelijk huis 
behoort; in elke groote stad een 
soort kommissaris van policie met 
den titel van kelantar, en een soort 
marktmeester, die darogha wordt ge- 
noemd. In elk dorp, elke groote wijk, 
heeft men een overste met den titel van 
kedsjoeda. Die ambtenaren zorgen 




"Jg>-,i?-i»i^t>»g^S3^ 




Wj, 




Kampbewoners nabij Sjiraz. 

evenwel zeer weinig voor het algemeen wel- 
zijn, maar beoogen alleen eigen voor- 
deel; en daar zij veel moeten opbrengen 
aan den vorst, zoeken zij dit door afper- 
singen van het volk dubbel aan te vullen. 

De Sjah heeft voorts een aanzienlijken 
hofstoet, die niets te maken heeft met 
het bestuur des lands, maar die toch — 
als in alle oostersche landen — grooten 
invloed heeft op de daden van den vorst. 

De rechtspleging berust in Perzië, zoo- 
als bij alle mohamedanen, op den koran. 
Aan haar hoofd bevindt zich in elk ge- 
west een sjeich-oel-islam als „hakim-i- 
sjera" of rechter der geschreven wet, 
waarnaast het gewoonterecht wordt ge- 
steld, hetwelk veelal tot zeer willekeurige 
vonnissen aanleiding geeft. De meeste 
hakims beslissen over dood en leven. An- 
dere kunnen alleen met stokslagen, ver- 
minking of gevangenis straffen. De sjeich- 
oel-islam heeft een aantal kadi's als allèèn- 



Een familie Armeniërs. 

rechtsprekende rechters onder zich. 
Omkooperij behoort er, evenals in 
Turkije, tot de gewoonten van het 
land. 

De inkomsten van den Sjah vloeien 
voort uit de grondbelasting (mal-i- 
diwan) en uit de uit- en invoerrech- 
ten. De eerste wordt gedeeltelijk in 
geld, gedeeltelijk in voortbrengselen 
betaald, en de kedsjoeda moet zorgen 
voor de inning. Wie grond in eigen- 
dom heeft, moet niet alleen voor het 
bebouwde, maar ook voor het braak 
liggende gedeelte belasting betalen. En 
wie dit verzuimt, verliest z'n eigendom ! 

Daarenboven heeft men er eene 
buitengewone belasting (sadir awariz), 
die tot uitrusting van een leger of 
tot andere zaken moet dienen en aan 
de ambtenaren gelegenheid geeft tot 
nieuwe afpersingen. 




Bedelaarsters voor een openbaar gebouw te Teheran, 



— 945 




Het leger is gedeeltelijk door 
Europeesche officieren georgani- 
seerd en bestaat uit voetvolk (ser- 
baz), ruiterij (savareh) en artillerie 
(toptsji). Er is ook een ongere- 
gelde ruiterij van een vijf- a zes- 
duizend man, die van uitmuntende 
paarden zijn voorzien. De artille- 
rie is het geringst in aantal. 

De diensttijd duurt twaalf jaar. 
Er is loting en plaatsvervanging. 

De Perzen behooren tot den stam 
der Ariërs of der Indogermanen en 
bewoonden van ouds het zuidwes- 
telijke gedeelte van het hoogland 
van Iran, het fraaie en vruchtbare 
landschap Persis. Zij leidden als 
landbouwers en herders, jagers en 
krijgsheden een eenvoudig leven 
en waren verdeeld in tien stam- 
men, van welke die der Pasar- 
gaden de voornaamste was. Zij 
huldigden, gelijk de overige Ariërs, 
den god des lichts, als tegenstan- 
der van den god der duisternis. 
Zij aanbaden de zon onder den 
naam van Mithra, en het vuur was 
hun heilig. In de 19''^ eeuw vóór Christus werden zij door 
Salmanasser II aangevallen en gedwongen belasting 
te betalen, en sindsdien bleven zij aan de Assyriërs 
onderworpen tot na den val van het Assyrische rijk. 

Uit onzen schooltijd herinnert men zich de namen 
van Herodotus, Cyrus, Astyages, Croesus, Harpagus, 
Cambyses enz. — koningen en veldoversten die een 
groote rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het 
oude Perzische rijk, doch wier lotgevallen ons voor het 
oogenblik koud laten, waar wij een schets geven van 
land en volk. Doch waar wij ook de ontwikkeling van 
het rijk trachten te schetsen, dienen wij ook het een 
en ander mede te deelen omtrent de belangrijke historie 
van dit reeds in overoude tijden bestaande land van 
beschaving. 





KerKhof in den omtreK van de Perzische hoofdstad. 



Amphitheater te Teheran, waar heilige voorstellingen worden gegeven. 



Beroemd is Darius' tocht tegen de Scythen (513), 

een vruchtelooze tocht, waardoor hij in een oorlog met 

Griekenland werd gewikkeld. Hij veroverde Thracië, 

dempte den opstand der Joniërs in Klein-Azië, doch zijn 

veldheeren dolven bij Marathon het onderspit tegen de 

Atheners (490). Zijn zoon Xerxes, die in 845 aan de 

regeering was gekomen, verloor alles wat zijn vader 

op de Grieken had veroverd, ook Klein-Azië, en van 

dien tijd dagteekent de achteruitgang en ten slotte de 

ondergang van de Perzische heerschappij. De koningen 

gaven zich over aan weelde en verwijfdheid, het volk 

volgde hun voorbeeld ... en Xerxes werd in 465 vermoord. 

Nadien kreeg men een reeks van vorsten die elkaar 

opvolgden, en die nagenoeg alle op hun beurt werden 

vermoord. Dit ging zoo voort, langer dan een eeuw, 

tot eindelijk Alexander de Groote 

in 334 de Perzen versloeg en 

hun groote rijk ten slotte in 330 

voor goed een einde nam. 

Doch ook de nieuwe staat zou 
slechts kort bestaan : in het jaar 
105 V. C. deed Antiochius Epi- 
p.hanus zijn vergeefschen tocht 
tegen Rome, en het gevolg hier- 
van was, dat Medië en Perzië 
opgenomen werden in het groote 
rijk der Parthen. Maar dezen 
werden door de eigenlijke Perzen 
niet als huns gelijken erkend, 
vandaar dat in 226 na Chr. Ar- 
desjir (Alexander I) het nieuw- 
Perzische rijk der Sassaniden 
stichtte. 

Een lange reeks van oorlogen, 
plunderingen, opstanden e. d. 
kwam de stichting van den nieu- 
wen staat opvolgen. Lat duurde 
zoo eenige eeuwen achtereen. 
Alle oude historiebladen zijn, om 
zoo te zeggen, met bloed over- 
dekt; maar dit schijnt in die dagen 



946 



iets heel gewoons te zijn geweest. Onder meer werden 
de Christenen, die zich inmiddels ook daar hadden geves- 
tigd, schandelijk vervolgd en geteisterd. Zelfs werd Jeruza- 
lem, de heilige stad verwoest (614, door Phocas), en de 
Perzische legers doodden hen waar zij ze vonden, tot in 
Konstantinopel toe, de hoofdstad van Turkije. Meer en 
meer raakte Perzië in verval, tot 639 ongeveer, toen een 
tijdperk van volkomen regeeringloosheid intrad, door- 
dien de zevenjarige Artaxerxes lil op den troon was 
geheven en — reeds na vijf maanden werd vermoord. 
Het bestuur der khalifen begunstigde de pogingen 
der stadhouders om tot eigen bestuur te komen, doch 
hier en^aar leidde de herinnering aan vroegere groot- 



heid tot volksbewegingen. De macht der Mongolen deed 
zich meer en meer gevoelen, en de pogingen tot het 
herstichten van een Perzisch koninkrijk leden schipbreuk. 
In 1387 werd te Ispahan een vreeselijk bloedbad aange- 
richt: 70.000 menschenhoofden werd tot een piramide 
opgestapeld! Perzië werd een deel van het groote nieuwe 
Aziatische rijk van den veldo verste Timoer, waarbij de 
grondslag werd gelegd voor de heerschappij der mogol- 
sultans (1393—1505). Echter in 1499 kwam reeds de 
dynastie der Safi's aan het bewind, die tot 1 794 bleef. 
Aga Mohammed Khan, uit den stam der Kadsjaren 
van Masenderan, stichtte in 1794 het thans nog regee- 
rend vorstenhuis. w. 



Huib Luns. 



nieuw benoemde hoofdleeraar van 



Huib Luns is, de 
afdeeling D 
aan de Rotterdam- 
sche Akademie van 
Beeldende Kunsten 
en Technische We- 
tenschappen. Zijn 
bemoeiingen met 
sierkunst in het al- 
gemeen en met de- 
koratieve schilder- 
kust in het bijzon- 
der (men kent ver- 
schillende schoor- 
steenstukken en 
o.a. ookeenplalond 
van buitengewone 
verhouding) waren 
oorzaak dat het be- 
stuur der Rotter- 
damsche Akademie 
bij het vervullen 
van de vakature Le 
Comte in diens 
plaats den schilder 
HuibLunsaanbood. 
Zijn geboorte te 
Parijs, waar zijn 
ouders toen geves- 
tigd waren, doet 
aan zijn Nederiand- 
derschap geen af- 
breuk, want zijn 
vader en moeder 
waren beiden Hol- 
landers en hun zoon 
kreeg zijn geheele 
opvoeding in Am- 
sterdam. Eerst be- 
zocht hij daar de 
H. B. S. met 5-ja- 
rigen cursus en 
daarna derijksnor- 
maalschool voor 
teekenonderwijs, 
om er na drie jaar 
het einddiploma te 
behalen en met 
groote distinctie de akte M. O. handteekenen te ver- 
werven. Vervolgens werden aan de Rijksakademie voor 
Beeldende Kunsten de professoren Allebé en Van der Waay 
zijn leeraren, ten slotte vestigde Luns zich te Brussel. 



Zelfporlrel van den schilder. 



In 1900 en de twee daaropvolgende jaren was de 
jonge schilder pensionnaire van H. M. de Koningin en 
weldra werd hij te Brussel gekozen tot lid van den 
oudsten en meest bekenden kunstkring „Pour l'Art", 

waar hij geregeld 
zijn portretten en 
groote dekoratieve 
werken tentoon- 
stelt. Maar zijn va- 
derland vergat hij 
niet. In „Arti", in 
„Sint Lucas", vindt 
men altijd werk van 
hem. Een portret 
van den beeldhou- 
wer Van der Stap- 
pen bezorgde hem 
in 1903 den prijs 
van het fonds Wil- 
link van Kollen en 
op de vierjaarlijk- 
sche tentoonstel- 
ling kwam hij met 
groote dekoratieve 
stukken voor den 
dag. Men herinnert 
zich zeker schilde- 
rijen als „Een 
Rheingold- apothe- 
ose" en vooral zijn 
laatste werk „ 'n 
Oordeel van Pa- 
ris", dat verleden 
jaar zoozeer de aan- 
dacht trok. Weldra 
zal het Paris-Oor- 
deel, daartoe aan- 
gekocht, het traplo- 
kaal in de villa van 
een Amsterdam- 
schen kunstmin- 
naar sieren, waar 
de Hollandsche zon 
dan maar haar best 
moetdoen de warme 
zuidelijke kleuren 
naar waarde te be- 
lichten. Want het 
werk van Huib 
Luns eischt licht, 
omdat zijn palet 
schittert van warme kleuren, en het Hollandsche grijs 
van Hollandsche luchten en Hollandsche watervlakken 
in zijn werk niet is te vinden. Men is niet voor niets 
in La Ville Lumière geboren 1 M. K. 




mn^mji^m^^^" 



r 



^^ 



■^ 



f 




te 

o. 

d 
> 
'S 

V 

•o 

h 

e 
O 

ca 

9) 



c 

3 



C 



^ 



O 



k. 



^^ 



J 



948 



Het Internationaal Handel- en Scheepvaartfeest te Rotterdam. 



II. 



De heeren uit Duitschland, Oostenrijk, Zwitserland, 
Italië, Frankrijk, Spanje, België, Engeland, Zweden, 
Noorwegen, Denemarken, Amerika . . . zijn weer naar 
hunne haardsteden teruggekeerd (of naar Scheveningen), 
en de havenfeesten te Rotterdam behooren weer tot het 
verledene. Wat blijven zal is de enorme drukte dien 
de geweldige Maas op de vreemdelingen heeft gemaakt, 



o. a. door minister Heemskerk, burgemeester Zimmer- 
man en andere autoriteiten, en er heerschte een pret- 
tige stemming. 

Toen, den volgenden avond, een dergelijke maaltijd, 
nog meer overladen diner dan den Vorigen dag. Doch 
als ik zeg dat de HoUand-Amerika-lijn als gastvrouw 
fungeerde, dan zeg ik genoeg om zelfs den reinsten 
smulpaap aan het watertanden te brengen. 

Eindelijk, den derden dag, afscheidsmaal den handels- 




Het reKlame-diner der éemeente Rotterdam den vreemden gasten aangeboden in de Doele. 

Kunstlicht-opname van J. H. W, 



— de rivier met haar honderden schepen, zeereuzen, 
buitenlandsche kolossen, die echter alle door de enorme 
„Rotterdam" van de Holland-Amerika-lijn werden over- 
troffen. 

Dat is de groote impressie geweest: het nieuwe schip 
der Holland-Amerikaansche lijn, het vierde in de rij der 
schepen van de wereldhandelsvloot. 

Maar wat óók blijven zal bij Rotterdam's gasten zijn 
de overladen teestmaaltijden waaraan men hen heeft 
laten aanzitten. 

Er is geweldig gegeten en gedronken! 

Met begon al den eersten avond den besten, toen de 
gemeente Rotterdam hun een maaltijd aanbood: een 
soort van reklame-diner voor de haven, om de gasten 
in een prettige stemming te brengen. Er werd getoost. 



en fabrieksdirecteuren aangeboden op Zondag 21 Juli 
j.l., in de groote zaal van het Kurhaus, dat natuurlijk 
dien dag niet voor het publiek toegankelijk was. De 
zaal zag er keurig uit, was toepasselijk en rijk gedra- 
peerd en met bloemen getooid — zooals men dat bij 
zulke feesten van de Maatschappij Zeebad Scheveningen 
gewoon is. 

Dat aan alle drie de maaltijden hartelijk getoost is 
— op onze Koningin, op de Kamer van Koophandel, 
op Rotterdam, op den burgemeester enz., spreekt van- 
zelf. Er heerschte een echt prettige stemming, zoodat 
wij met zekerheid mogen verwachten dat het bezoek 
der vreemdelingen aan Rotterdam aan stad en lande 
ten goede zal komen. Dat is dan ook het doel geweest, 
en dat hopen alle betrokken partijen van harte. 



• WPPt^ 



949 — 




3E 



3m 



Onze drie nieuwe prijsvragen 




^' 



^^ 



"^ 



Drie prijsvragen zijn het waarmede „HET LEVEN" het tweede halfjaar van zijn derden 
jaargang opent, met voor elk een eersten prijs van 



VIJFTIG GULDEN, 



of een l<unstvoorwerp van gehjke waarde, naar keuze der bekroonden. 



A. Onze Novellen=wedstriid. 



blad. 



Wij vragen een oorspronkelijke novelle ter grootte van ongeveer 8 pagina's druks in ons 
Het papier dient aan één zijde beschreven, het schrift duidelijk te zijn. 



B. Onze Wedstrijd voor Amateur=foto§:rafie. 

» . 

Wij vragen vijf opnamen, onverschillig wat, hoe en waar, mits de voorstelling maar geestfg 
of pakkend is, het onderwerp aardig of ongemeen, en het beeld scherp is. — De afmetingen der foto's 
laten wij over aan den willekeur van den inzender, als men maar bedenkt dat een kleiner formaat dan 
9X'2 niet, of althans slechts moeilijk, voor reproductie geschikt is. 



C. Onze Wedstrijd voor een Hollandsch Schimmenspel. 

Voor deze prijsvraag verwijzen wij naar het in No. 28 voorkomend artikel over dit 
onderwerp, waarin men alle inlichtingen kan vernemen. 



De voorwaarden voor deze drie nieuwe wedstrijden zijn: 

T' De inzender moet zijn abonné op Het Leven. Mocht later blijken, dat de inzender geen abonné 
was bij de aanbieding van zijn werk, dan zal hij niet in aanmerking komen. 

2" Inzendingen moeten ons bereiken vóór 15 September 1908. De zomervacantie kan dus voor het 
werk dienstig worden gemaakt. 

3" Bij iedere zending moet het frankeerloon voor eventueele terugzending zijn bijgevoegd. 

4*? Onder de novelle, op iedere schimmen-teekening, en aan den achterkant van elke foto schrijve men 
met duidelijke letter een pseudoniem, (of motto), dat, met den werkelijken naam en het adres van 
den inzender, in een gesloten enveloppe wordt bijgevoegd. Deze enveloppe wordt eerst geopend 
nadat de bekroningen zijn vastgesteld. 

.5° Onbekroonde ontwerpen blijven het eigendom van den inzender. Het Leven behoudt zich echter 
het recht van reproductie voor. 

De namen der jury-leden zullen weldra worden bekendgemaakt. 

En thans aan het werk, mijne heeren schrijvers, teekenaars en fotografen! 

DE DIRECTIE. 

Bureaux: Keizersgracht 285=287, Amsterdam. 



=ice= 





950 



Mien. 



Roman van Georg Freiherr von Ompteda. 

In 't HoUandsch ver-taald door Frans van Erlevoordt. 



Een Duitsche Louis Couperus. 

Georg Freiherr van Ompteda is op iiet oogenblilc een 
schrijver, we zouden willen zeggen, de schrijver, 
in Duitschiand, die gaat! Zijn boeken, die doen het. 

Het publiek verslindt zijn werk, koopt herdruk na her- 
druk wèg, en heeft in een tijdsverloop van slechts wei- 
nige jaren Von Ompteda tot een auteur verheven, waar 
de uitgeverswereld om vecht. 

Wat Louis Couperus — zooals Frans Netscher in 
zijn laatste Hollandsche-Revue-nummer, in een kort maar 
zeer typeerend artikel op zijn 
eigenaardige, ietwat naïf gehou- 
den, manier beschrijft — wat 
Couperus een paar jaar geleden 
in ons land was, dat is op den 
huldigen dag Von Ompteda bij 
onze oostelijke buren. 

Waarde Hollandsche uitgevers 
klagen „de jaren zijn slecht, 
maar als we een Couperus of 
een Borel hadden, ja, dan... 
daar lacht de Berlijnsche uitge- 
versfirma Egon Fleischel & Co. 
hoe langer hoe vroolijker in 
beide haar vuTstjes, in alle vier, 
die van den Co er bij, want 
haar auteur, Von Ompteda hèèft 
den „run"; ze maakt schitte- 
rende zaken en legt oplaag vóór, 
oplaag r\k in de uitstalkasten 
van den Duitschen boekhandel, 
die niet lang behoeft te wachten 
om er gretige koopers voor te 
vinden, vooral in die kringen 
waar ze het debiet van pakkend 
werk zoo gaarne „plaatst". 

De kringen der „upper tens". 

Het is dan ook met een bij- 
bedoeling, dat we ter inleiding 
van den literairen arbeid, waar- 
mede wij heden aanvangen, 
Netscher's opstel in de Holland- 
sche Revue citeeren. Er ligt namelijk in het scheppend 
vermogen van Louis Couperus met dat van Freiherr Von 
Ompteda een merkwaardige overeenkomst ; beiden toch zijn 
het schrijvers die een kring hebben, die precies voor 
hun afgepast pubHek schrijven, door dit bewonderd en 
bewierookt worden, doch daarbuiten, aan den anderen kant 
van de literaire haag, een stroef onthaal vonden en vinden. 

Er ligt in hun tweëer verhaaltrant, in beider woordkeus 
en zinbouw iets eigens, dat zeer coquet en intiem 
aandoet en een aristokratische, luxuieuse wijze van 
introductie in coterien van menschen en geslachten 
permitteert, wier standesgemasse levensopvatting en ka- 
rekteruitingen altoos een welwillend interesse ontmoeten, 
wier levenslijn wij volgen met een bereidwillig en tevre- 
den lachje, zooals ons een exquise sigaar of een sma- 
kelijk odeurtje onmiddellijk in een stemming brengen van 
aangenaam genieten, doorprettigteworden beziggehouden. 

En al is het waar, dat in deze flair van schrijven wel 
eens de werkelijk literaire waarde ten achter is gesteld. 




GeoTé Freiherr von Ompteda. 

De schrijver van onzen roman, die in dit nummer begint 



al moge, om bij de vergelijking der beide schrijvers te 
blijven, Von Ompteda zelfs niet altijd die hoogte berei- 
ken, die Couperus in zijn mooie jaren heeft weten te 
erlangen, van beider werk kan de getuigenis worden 
afgelegd, dat het niet nieuwsgierige belangstelling alléén 
is, die ons hun menschen en daden doet gadeslaan en 
volgen, maar dat bovenal d: prettige vorm, de weiver- 
zorgde en uiterst elegante manier van vertellen onge- 
woon boeit en vasthoudt, zooals we het bijzijn van een 
intellectueele vrouw of de conversatie met een intelligent 
meisje waardeeren niet alleen om het meisje of de vrouw 

zélf, maar evenzeer en meer nog 
om den innemenden tact, waar- 
mede ze ons in haar omgangsvor- 
men behaagt. 

Het is geenszins de bedoeling 
in deze regelen een biografie te 
leveren van den auteur wiens 
werk wij hier ver-talen , dit spreekt 
van zelf ; we hebben alleen voor 
zoover dit noodig was, er op 
willen wijzen in welk opzicht 
en uit welke motieven onze 
appreciatie voor zijn arbeid ge- 
boren werd en waarom wij uit 
stapels goede literatuur om ons 
heen, juist zijn pennearbeid 
gekozen hebben; wij wenschen 
dan ook enkel te releveeren 
dat van een tiental romans, die 
Von Ompteda al achter den rug 
heeft, deze. Minne, zooals hij in 
het Duitsch heet, bij kritiek en 
publiek een ontvangst genoot, 
die met de opsomming der negen 
herdrukken in weinige maanden 
tijds, het best is gequalificeerd. 
Wij van onzen kant, hebben 
getracht in het karakter van een 
navertelling de klippen der 
vertaling te omzeilen en zetten 
dan ook niet argeloos detrait- 
d'union tusschen ver en taald. 
Hebben gemeend te mogen, te kunnen en te 
moeten breken met de gedachte, dat de oorspronkelijke 
waarde van een werk, de persoonlijke verdienste van 
een auteur er onder lijden zou, als wij een anderen weg 
insloegen dan die van een woordelijk overbrengen van 
den vorm, waarin de schrijver zijn gedachten tot taal heeft 
geboetseerd. Wij — en ze zij ons vergund, die mededee- 
ling, al klinkt wat we zeggen in 't geheel niet als een 
bescheiden stipulatie — wij hebben vertaald in de betee- 
kenis van een, in 't Duitsch geschreven werk, opnieuw 
in een andere taal, in 't HoUandsch, te schrijven. 

En met liefde en toewijding aanvaardden we de ons 
gestelde taak, zoo moeilijk ze moge zijn, omdat wij 
het werk van dezen schrijver, de opofferingen, die bij ziilke 
vertalingen wel altoos zullen moeten worden gebracht, 
eenvoudiglijk, als zijnde het een der beste letterkundige 
werken uit dezen tijd ... . die moeite waard achtten. 
Hiermede bevelen wij, met een reproductie van 
het laatste portret van den romancier, zijn chef d'oeuvre 
den lezer in vol vertrouwen aan. 



Pf 



- 951 - 



Met haastige bewegingen beende Dr. Henk Reisz 
de trappen van het station op en verscheen boven 
aan het perron, eensklaps, als uit den grond verrezen 
te midden van een dichte, in nerveuze agitatie saam- 
geloopen menschenmassa, die de nadering van den snel- 
trein met ongeduldig begeeren verbeidde. 

En al had een ieder het even druk, was aller aan- 
dacht op het prospect van raillijnen en wisselpalen ge- 
vestigd, trachtte men met opzijgewend gezicht door 
de saamgeknepen oogen, het borstlijf der naderende 
lokomotief te ontdekken, toch had men nog wel den 
tijd zonderlinge reizigers, door eenig vreemd voor- 
komen gekenmerkte reisgangers, met wat meer dan 
gewone aandacht op te nemen, 

En doctor Reisz nu was iemand, die aan beide eischen 
voldeed ; hij was een zonderling reiziger en iets bijzonders 
kenmerkte hem al op het eerste gezicht. 

Door zijn buitengewone lengte, — ongeproportioneerd 
voorM — keek hij boven een ieder uit, al liep hij over- 
dreven gebogen. Zijn lange beenen verslonden meters grond 
tegelijk en hij wierp ze uit met een hardesse, een brutaal 
er-willen-komen, of de heele wereld van hèm was en 
hij het zich tot taak gesteld had die binnen vooraf 
gewedden tijd rond te loopen 

Door den stillen avond, die meer en meer nachtte, 
boorde de trein aan met zijn gloeiende hchten, zijn 
hijgend ademhalen, zijn schokken door wissels en zijn 
bonken en slaan langs de huisvakken aan den weg, 
gillend in zijn ijlende jacht, met krampachtige rook' 
zuchten, die dieper en dieper werden, maar zich hoe 
langer hoe minder in regelmaat herhaalden. 

Dan zette de rem aan, schuurden de wielen over den 
ijzeren weg, tot de wagens met een klotsen van buffers, 
met een stroef, half gesmoord gegil van knersend metaal! 
in een ruk, tot staan werden gebracht. 

Conducteurs wierpen de coupes open. 

-- „Die mag d'r wezen", spotte een hoofdconducteur 
tegen een collega, toen hij met bereidwillig handgebaar 
den doctor inliet, die, het hoofd veel meer bukkend 
dan noodig was, zijn lange beenen de coupé inheesch, zoo- 
als een kreeft zijn lange pooten uitslaat en weer 
samentrekt. 

Reisz was blij dat hij zat; die vragende, loe- 
rende oogen om hem heen, ze irriteerden hem altijd, 
hij voelde dan een gehaast weg-wiilen-zijn, een nerveusè 
onrust, die hem onbehagelijk en kwaadaardig stemde, 
zijn humeur prikkelde en zijn omgangsvormen vergrofte 
en verkondde. Zoo ook nu; hij was de coupé binnen- 
gestapt zonder acht te slaan op wie er zaten, bekeek 
alleen met kritisch oog de nog open hoeken en over- 
woog bij zichzelf de vóór- en nadeelen van het mèt of 
tégen de richting sporen. En toen hij keus gedaan had, 
liet hij zich met een ongegeneerde lompheid vallen! 
zoooat de heele wagon even in de veeren schudde, 
wrong het lange lijf in de soepele kussens om gemak- 
kelijke steunpunten voor rug en schouders te vinden 
en installeerde zich toen, te midden van kranten en tijd- 
schriften, of niemand in den heelen wagen eigenlijk wel 
recht van zitten had. 

Buiten werd de trein afgefloten. Van de locomotief 
echode een felle pijpklank terug en metéén zetten de wielen 
weer aan. Reisz wreef met zijn lange knokkelige 
vingers over zijn rechtgehoekte knieën op en neer en 
fixeerde zijn medereizigsters, met een paar oogen, die 
bijna onbeleefd en indringerig gingen gluren. 



Die medereizigster, een dame van middelbaren leef- 
tijd met een meisje in de bakvischjaren, schenen zich 
weinig om den nieuwen coupégenoot te bekommeren 
ze keken naar buiten, lazen de muurreclames, welke 
in den feilen schijn die uit de electrische booglampen 
neerhchtte, levendig van kleur en opdringerig van vorm 
deden. En ze moesten ze wel héél belangrijk en inte- 
ressant vinden, want afgewend van den nieuwen 
medepassagier bleven ze zitten kijken en praten en 
slechts heel even draaide het jonge meisje zich 'om, 
haar oogen maten den reus, in wiens gezelschap ze 
nu verder zouden reizen, ze stootte de dame over 
haar, bijna onmerkbaar even aan met slechts een korte 
knieraking, wees met haar oogen en giegelde dan in 
den zakdoek, dien ze te voorschijn haalde, met 
kort ingehouden lachje dat ze te vergeefs in haar lip- 
pen trachtte te verstijven. En ze ging maar weer naar 
buiten kijken, zei iets van een passeerend paar, al ware 
't daarom, dat ze zoo'n pret had. 

Reisz voelde instinctmatig dat 't om hem ging, dat 
zijn reuzen-beenen, zijn lompe voeten, zijn maaiarmen 
waarmede hij kranten uitsloeg en weer toevouwde of 
waaróm dan óók, maar dat hij het was in ieder geval 
die tot deze spotzuchtige vroolijkheid aanleiding gaf' 
Hij tuurde in zijn blad, zonder uit de warrelende letter- 
zee, ook maar een enkelen zin te lezen, verschanste 
ziin hoofd achter het uitgespreide papierscherm als zocht 
hij beschutting en verzette zijn beenen nog eens en 
nog eens, sloeg met zijn handschoenen het stof van 
zijn schoenen, die groot en breed en lomp, witgesto- 
yen als zij waren nóg grooter en nóg lomper leken 
dan anders. 

Hij voelde zich weer in die bange stemming komen 
waarin hij zijn lange, opvallend lichaam klein zou wil- 
len maken, zoodat niemand acht op hem zou slaan 
keek naar zijn dikke vleeschige handen, die hij ver- 
vloekte, spiegelde de grooten robusten kop in de uit 
van 't portier, waar hij nog grooter en dikker scheen 
vol typische afwijkingen in schedel en neus, door de 
oneffenheden in 't glas. 

Toen schoot 't hem ineens te binnen: waar hij zijn 
kaartje had en met koortsachtigen ijver begon hij zijn 
zakken te doorzoeken, haalde ze uit, lei zijn portefeuille 
zijn portemonaie, de inhoud van zijn vest op de 
bank voor hem neer, en scheen heelemaal vergeten, dat 
hij 't straks bij 't binnenkomen haastig had neergelegd 
op het houten raamkozijn, en had evenmin gezien dat 
t daar door het schudden van de trein afgevallen was 
en nu op den grond, begraven lag onder een van de' 
massieve voeten van zijn baas. 

Hij werd er geagiteerd van, dat was nu altijd 't 
zelfde gezeur, nooit herinnerde hij zich, waar hij iets 
een oogenblik van te voren geborgen had, vervelend 
enfin, hij had 't dan zeker verioren, zou den conducteur 
maar waarschuwen, zoodra ze aan het 't volgend sta- 
tion kwamen en paste nu al geld af voor een nieuw 
biljet. 

Toen kwamen de lichten der naderende stad in zicht 
lantaarns floepten voorbij, even een schijnsel glimpend 
tegen de ruiten van de coupé. De locomotief gilde een 
langgerekten fluittoon om de reiziger te waarschuwen 
dat ze er spoedig zouden zijn, en meer en meer nam 
het aantal rails aan weerskanten toe als webdraden van 
een net, die alle liepen naar één punt. De trein bon- 
kerde over een viaduct, welke een straat overbrugde 
waar beneden arbeiders liepen die hun kwartieren iii 
de buitenwijken opzochten, een paard en kar kroop 
voort, een electrisch trammetje — wat leek het klein! — 



952 - 



liep een eindje mee, bleef dan al spoedig achter, tin- 
geide schrieltjes door den laten avond. 

Aan weerszijden van den trein rezen ook nu huizen- 
complexen, de kazernewoningen der buitenwijken met 
lichttransparante gordijnen, waarop schimmen speelden, 
en hier en daar zaten op de balcons mannen, in een 
négligé van boordelooze halzen, lekker luchtig in d'r 
hemdsmouwen. Vrouwen in bonte kleeren met bloote 
armen hingen wasch te drogen uit, spoelden vaatwerk, 
of ploeterden in druk bedrijf in hun huishouden. 

Het was als een caleisdoscoop, als de film van een 
biograaph, ieder huisje een ander plaatje, ieder etagetje 
een ander wereldje, ieder mensch een ander wezen . . . 

Gek, dat je ze niet kon; dat je van al die mannen 
en vrouwen die daar zaten niet een enkele kende, dat 
het toch ook menschen waren die leefden, die hun 
pleizier en hun zorgen hadden, en dat de trein daar nu 
tusschen door sneed, onverschillig voor die lui d'r be- 
staan, dat de trein die daar lederen dag op hetzelfde 
uur weer langs floot, zoo'n heele stadswijk doorploegde, 
van louter vreemde menschen, dat je van al die indivi- 
duen niets wist, dan dat het menschen waren, groot, 
klein, gelukkig, ongelukkig. Reisz overdacht hoe 't wel 
zijn zou: een gewóón mensch te zijn zonder zulke lange 
armen, zonder zulke voeten . . . 

En terwijl de remmen den trein in zijn loop vast- 
klemden, koepelde de stationskap, hél licht vol witte 
stoomwolken, over den trein heen. 

De trein was een nieuwe wereld binnengereden. 

— Conducteur! riep Reisz uit het geopende portieren 
hij haalde zijn beurs reeds te voorschijn. 

Maar nu kreeg een van de dames, natuurlijk de meer 
bedaagde medelijden. 

— U zoekt zeker uw kaartje? 

— Ja mevrouw, dat lamme ding , . . 

— U staat er op. 

Met een gezicht, in welks trekken ongeloof en erger 
om den voorrang vochten, verzette Reisz zijn zware 
voeten. Waarachtig, daar lag het! 

— Ik kon ook si niet begrijpen, excuseerde de doctor 
zich, ik wist toch zeker ... 

Maar toen begon hij alweer te stotteren, hij zag hoe 
het jonge meisje, dat langs hem heen de coupé uit- 
wipte, haar zakdoek weer voor den mond drukte en met 
saamgetrokken lippen, een goed heenkomen zocht, en toen 
hij na een oogenblik uitrustens om te bekomen, en na 
zijn kranten tot een groot pak vergaard te hebben ook 
uitgestapt was en nu bij de controle zijn dames weer 
achterop kwam, hoorde hij de vroolijke meisjesstem die 
met een spotzuchtig accent klaterde: 

— Ik kón niet meer, ik dacht dat 'k uitproesten zou, 
was me dat een vent! 

De familie Lieser gaf een van haar zoogenaamde 
imtieme dinertjes, intiem meer in den vorm der uitnoodi- 
ging dan wel ten opzichte van tafel en gasten, want 
zelden telde de eerste in gangen minder dan een dozijn, 
in aanzittenden als regel het dubbele, maar ze hadden 



een vermaardheid niet alleen om 't gehalte van spijzen en 
menschen, maar bovenal om den beminnenswaardigen 
tact, waarmede Mevrouw Lieser een gezellige leiding, 
een joviale in toom gehouden toomeloosheid wist te 
provoceeren, die iedereen aangenaam aandeed en het 
midden deed houden tusschen een huiselijk eetpartijtje 
en een tafelorde van officiëelen kring. 

Ze had dat benijdenswaardig element in heel haar 
optreden, dat de gasten, 'hoe verschillend van karakter 
en maatschappelijken werkkring zij ook mochten zijn, van 
het eerste' oogenblik af dat zij den salon betraden in 
nauwe toenadering tot elkander gebracht, dat de onge- 
broken stemming, die zoo menigmaal den disch in ruim 
gezelschap aangericht, voorafgaat, bij haar een ongekend, 
een nooit te duchten gevaar maakte. Als de invita- 
tiekaarten van de Liesers kwamen, dan wist men, dat 
er een vroolijk dinertje in zicht was en de vreesvallige 
keuze tusschen smoking of rok, witte of zwarte das, baarde 
hun gasten geen zorg, alles „ging" en men wist een vrien- 
dekring te vinden. Zelfs al kwam men er als nieuweling dan 
was de gedachte aan de vreemde eend die den bijt te 
duchten heeft, ten eenenmale denkbeeldig en ongegrond. 

In hun villa zelf, zoowel als in de manier waarin het 
buitenhuis was ingericht lag alreeds een harmonisch 
welbehagen, een vriendelijk confort, een warme ver- 
trouwelijkheid. Wie de hal der Lieser's betrad en daar 
in den regel al door de gastvrouw te midden" harer 
gasten verwelkomd werd, die kreeg ook terstond het 
innemend bewustzijn, dat hier egards en conventioneele 
yormelijkheid vreemd waren en dat men sprak en deed 
in toon en stijl, die verrieden dat een ieder zich op zijn 
gemak voelde, dat er louter vroolijkheid en vriendschap 
hing in die atmosfeer van intiem gezelschapsleven. 

De charm, die van de vrouw des huizes fleurde, 
haar zelfbewust en natuurlijk vervullen der honneurs, 
de autocratische elegance waarmede zij zich bewoog uit 
het eene miheu naar het andere, zooals ze het descours 
wist te leiden en te ondersteunen het was alles van een 
vermaardheid en eenparigen roep, die Lieser's gezel- 
schapsleven tot een reputatie hadden verheven. 

In een der nissen van de stemmige hal, waarin elec- 
trische gloeilampjes, halfverscholen achter afhangend 
groen juist zooveel bescheiden licht wierpen, dat het 
vertrouwelijk schemer niet gestoord werd, stond de 
gastheer, het Kamerlid Lieser, in druk gesprek met 
docter Reisz,' die zoo juist zijn entree had gemaakt. 

De knecht had jas en hoed in ontvangst genomen 
en dadelijk daarna was Mevrouw Lieser al met uitge- 
stoken hand op hem afgekomen, had met warme be- 
langstelling geïnformeerd naar de redenen, dat men hem 
zoo lang niet had gezien en was hem, in een aangenaam 
aanstippen van de ditjes en datjes uit het dagelijksch 
leven het heeren clubje gaan binnen leiden dat in be- 
wondering geschaard was om een Venetiaansch beeldje, 
hetwelk de gastheer aan vrienden toonde, als een 
welgelukte vondst op een van zijn laatste zwerftochten 
naar antiek moois, veroverd. 




VACANTIE. 

De FONQERS rijwielen eigenen zich bijzonder voor het toeren 
in heuvelachtig terrein en bergstrelien. 

Een FONGERS, voorzien van Itrachtige remmen en Sturmey 
Archer drieversnellingsnaaf, is dan ooli een ideaalmachine voor 
het gebruili op Ideine en groote tochten. 



953 



» 



Ze wist dat de doctor zich intresseerde voor antiqui- 
teiten en dat ais ze lièm met dit onderwerp in den 
drulclten gesprelckenloop zou doen deelen, Reisz zijn 
gewone en reeds bekende gegeneerdlieid het zich-niet- 
makkelijk-geven, 't best zou weten te overwinnen. 

En zoo babbelden die twee vrienden van voor-eeuwige 
kunst dan ook al heel gauw in druk gewissel en was 
Reisz 't heelemaal vergeten, dat hij op den drempel 
weer dat onoverkomelijk dreigen had gevoeld van eens- 
klaps te midden van een drukken, misschien deels vreem- 
den kring te zoeken zijn, was zijn schuchtere angst al 
gevlogen voor hij een onbehendigheid had kunnen doen. 

En terwijl hij zoo praten kon over dingen waarover 
hij gaarne sprak en belangstellend luisterde, was Mevrouw 
Lieser alweer het middelpunt van een jongelui's cote- 
rietje dat wel even geknipoogd had, en kuchjes van 
verstandhouding wisselde toen de reus de hal was 
ingestapt, waar nu om een geestigen zet, zoo onbe- 



daarlijk aan 't lachen kwam dat alle gelegenheid ont- 
nomen werd al te veel en al te druk over den nieuw 
gekomene te smoezen. 

En toen het haar toescheen dat doctor Reisz ge- 
heel en al op zijn gemak gesteld was, zich door het 
interessant discours met den gastheer volkomen thuis 
voelde, ging zij naar hem toe, stelde hem nu aan de 
eenige gasten, die voor hem nog onbekend waren, voor : 

— Doctor Reisz: Mevrouw Eilers, en haar dochter 
juffrouw Mien Eilers. 

Reisz herkende ze terstond: de beide dames uit den 
trein, vermande zich. 

— Ik geloof dat we al eens 

— Ja zeker, lachte Mevrouw Eilers terug, we hebben 
te samen gereisd en Mien kleurde lichtelijk, toen zij 
Reisz de hand gaf. 

Dus dan hebben ze me toch gezien, dacht de doctor. 

(Wordt voortgezet.) 




Van de Olympische Spelen te London. 

Ofschoon de Olympische Spelen te London hier te lande weinig enthousiasme verwekken, doordien 
onze landgenooten niet het jninste succes hebben en in alle takken van sport het tegen buitenlanders 
moeten afleggen — er valt voor onze sportsmen dus nog heel wat te leeren en te oefenen! — 
meenden wij toch bovenstaande interessante foto onzen lezers te moeten voorleggen, om aan te toonen 
dat de belangstelling te London zelf niet zoo gering is. Er komen wel is waar vele tienduizenden 
raenschen minder dan waarop men gerekend had, doch als de tribune plekjes vertoont als het boven- 
staande, lijkt ons het publiek nog niet zoo dun gezaaid. 



O 



Onze foto is van Halftones Limited. 



O 



— 954 



Een verüdelde zelfmoord in het Y nabU Amsterdam. 



Het is gebeurd in den nacht van 
Dinsdag op Woensdag. 
We Iiadden het avondeten ge-- 
bruilft „ten boorde" van een onzer 
vrienden, wiens Yacht te IJmuiden 
voor anker lag en daar 't al laat 
geworden was — de lichten van 
de IJmuidenschen vuurtoren wer- 
den net gedoofd — en ons land 
nog altijd zijn treinenloop met de 
kippen op stok doet gaan, offreer- 
de de gastheer ons met zijn 
stoombarkas naar Amsterdam terug 
te brengen, wat we dankbaar accep- 
teerden, omdat een tocht over 't 
frissche water in den helderen zo- 
merochtend ons veel meer toelachte 
dan het gesjok in de boemeltreinen, 
waarmede de H. IJ. S. M., samen- 
gesteld uit haar oudste materieel, 
tusschen Amsterdam en zijn Zee- 
voorhaven den dienst pleegt te 
onderhouden. 

Achter ons lag de zee, en voor 
ons over 't land, dat nog schuil ging 
in den ochtendnevel, gloorde de 
rozige morgen aan. 

Wat is Holland toch een mooi land. Wel hebben ze 

gelijk die Engelschen en Amerikanen, die tot het Con- 

tment gaan, en denHarzenhet Schwarzwald gaarne cadeau 

doen om hun trip in Holland een week te verlengen 

The land of the dikes and the windmills, wat een 





en aan den Kant te midden van 't riet zaden wij helmen se 
zaéen wij een vormlooze massa. 



De drenKelinëe wordt op het droje behaald. 

Eigen speciaal-opname. 

machtige bekoring heeft het voor een ieder die 

zien kan. 

Zooals wij 't zagen, die daar voortgleden over 't rustige 

water van het Noordzeekanaal met zijn verre horizonten 

naar alle kanten, als was de heele wijde wereld afge- 
dekt met lakens van groen mos, 
die ontzaglijk pitoreske huisjes en 
molentjes, telkens weer 't lange 
weiland-prospect, gebroken door 
een maaienden landman, een groep 
koeien, een melkwagen die den 
landweg inwielde .... 
_ Maar we kunnen de bewonde- 
ring voor ons vaderland niet den 
vrijen loop laten, voor een ander 
onderwerp helaas veel minder op- 
gewekt, dienen we plaats in dit 
artikel te sparen. 

Dien morgen toen we zoo blij, 
zoo te midden van de vreugde 
des Levens, IJmuiden achter ons 
hadden gelaten, zou een men- 
schendrama, een levenstragedie 
onthuld worden, die, als we eraan 
terugdenken ons ook op dit oogen- 
blik nog, — nu toch de indruk- 
ken al weer vervagen — nog 
doet sidderen van beroering. 
Wij willen vertellen wat we 
hebben meegemaakt. 

We waren 't kanaal uitgestoomd 
en dampten nu het IJ op, waar 
de pramen, de groente naar de 



hitteren In 't water 

Eigen speciaal-opname. 



CEREBOS 



het meest droge, smakelijke, 
zindelijke, versterkende 



Tafelzout 



'W' 



— 955 



stad voerend en melksloepen, door 
den regelmatigen klikslag van twaalf 
op en neer klappende riemen, de 
melkmarkt aan de Prins Hendrik- 
kade tegemoet roeiden. 

Toen ineens klonken stemmen 
over 't water, en aan den kant te 
midden van 't riet zagen we hel- 
men schitteren van polieagenten. 
Onze gastheer gaf onmiddellijk be- 
vel bij te draaien, en toen we 
een oogenblik later de plek nader- 
den, vanwaar het geroep der agen- 
ten klonk zagen we in 't water 
een vormlooze massa. Nauw werd 
men ons gewaar of daar klonk het 
alarmsignaal en terstond daarop ging 
er in den richting, waar we iets 
zagen drijven, een boei overboord. 

Met volle vaart hielden we op 
den wal aan en zonder zich ook maar 
een oogenblik te bedenken liet onze 
kapitein de barkas op den wal loo- 
pen, waar 't water hoog opspatte, 
en we op krakende biezen landden. 

We willen allerminst een repor- 
tage-verhaal doen, dat ligt niet in de sfeer van ons 
tijdschrift en bovendien de momentopnamen die we ge- 
nomen hebben spreken beter en duidelijker, dan onze 
pen, die niet op straatverslaggeverij versneden is. 

Een jonge vrouw had een eind willen maken aan haar 
leven. In den vroegen Juliochtend, terwijl de zon rees, 
de vogels zongen, het land kleurde in groen en bloemen 
had daar aan den Y-oever, vlak over de groote stad, 
waar de menschen nog sliepen, een vrouw ge- 
staan, radeloos van angst, wanhopig van verdriet, uit- 
geput van zieleleed en levenssmart .... 




Nadat het slachtoffer wa« bijiebracht, wordt zij aan boord van een motorboot gedragen, 
waarna zij, bij aanKomst te Amsterdam, naar het zieKenhuU werd vervoerd. 

Eigen speciaal-opname. 

Een onzer medewerkers heeft in den loop van den 
dag — nadat in een der verplegingshuizen te Amster- 
dam voor een onderkomen was gezorgd, een onderhoud 
gehad met het rampzalige meisje. 

Het was weer de oude geschiedenis : iop een der 
groote modemagazijnen hadden ze elkaar leeren ken- 
nen, hadden elkander lief gekregen en twee jaar 
lang een leven van liefde en geluk geleid. Jeugd, die 
geen deugd kent, die nog wist de menschen- en levens- 
ervaring, die slechts met jaren te koop is, had hun 
bloed koortsig, hun plannen utopisch, hun weerstands- 
vermogen allengs kleiner doen wor- 
den en een noodlottig vriend had 
ter versterking der kas een kleine 
speculatie geproponeerd. 

't Was misgeloopen en om het 
tekort te dekken — die onschul- 
dige suppletie-koopen — had de 
jonge man in een oogenblik van 
razernij de kas der firma als zijn 
uitkomst beschouwd. 

Ontslag volgde en daarmede 
was de ellende begonnen. 

En toen nu ook de ouders van 
den jongeling — die inmiddels 
ook reeds de vadervreugde had 
leeren kennen — begonnen te sto- 
ken, dat hun zoon alleen door den 
omgang met die „meid" tot dief 
gemaakt was, dat voor hem alleen 
nog een redresseeren van zijn le- 
vensweg mogelijk werd als hij dat 
„schepsel" loopen liet, was bij 
hem het denkbeeld gerijpt vrouw 
en kind in den steek te laten en 
jin een nieuwe wereld te trachten 
Ihet equivalent van zijn bestaan te 
herstellen. 
Jongstleden Zaterdag was hij 




Onder toezicht van een toevaUig op de flets voorbljKomend geneesheer wordt getracht de 
levensgeesten weer op te weKKen, welKe pogingen met goeden uitslag werden beKroond. 

Eigen speciaal-opname. 



»» 



PLANTOL" IS DE ALLERFIJNSTE TOILETZEEP 



956 



naar Amerika vertrokken, en Dinsdags hadden zijn ouders 
de jonge vrouw zijn vertrek bericht. 

Het was hartverscheurend te zien en te hooren hoe 
die vrouw den jongen kerel aanbad, er was iets onzeg- 
baar droevigs in den aanbUk van het wiegje met het 
kleine wicht dat daar stond bij haar bed in het hospitaal. 

Als waanzinnig had ze rond geloopen den heelen dag, 
den ganschen nacht, zoekend naar een uitweg, die er 



niet was, toen langzaam in haar voelende opwellen de 
zucht, de begeerte, het verlangen naar het einde. In 
haar rijpt ten laatste, een alleriaatste levensilluzie: de Dood. 

Maar de wereld heeft haar met ijzeren klauw weer 
vastgegrepen . . . 

En over het IJ lachte de zon en voeren de melk- 
sloepen met eentonig geklikklak van plassende riemen 
de slapende stad tegemoet 



Met de Camera voor de Beurs. 



BB 

DID 



DID 



DDD 




Mr. H. J. van Ojtrop (X). van de eftekten-firma H. J. van 

Ogtrop & Zn., en Pau! May, van de firma Lippmann Rosenthal & Co. 



DO 



SB 

DO 



DiD 





Xavier Keiler 

Directeur van de Anisterdamsclie Banl<. 



Eigen speciaal-opnamen. 



G. Schröder 

Beurs-verslaggever van „De Telegraaf" 



957 - 



Ontwerp voor eene Tuinstad op de grens van Amsterdam. 



Het zal onzen lezers zeker genoegen doen uit „Het 
Leven" het nieuwste snufje te vernemen op eko- 
nomisch gebied in onze hoofdstad: door eene 
bizondere omstandigheid toch zijn wij in staat 
hun dit — vóór de dagbladen ! — aan te bieden. 
Waar verschillende groote steden in het bui- 
tenland reeds sedert lang de zegeningen ge- 
nieten van in de nabijheid gelegen tuinsteden, 
waar hcht en frissche lucht, in ruime, geriefe- 
lijke moderne woningen, de vunzige stadslucht 
en de bekrompen stadsbehuizingen vervangen, 
— mag het wel verwondering baren dat Am- 
sterdam, met zijn brandend woningvraagstuk, 
en met zijn totaal gemis aan boschrijke of af- 
wisselende omstreken, niet reeds lang zulk een 
tuinstad bezit. Want het zal een ieder duidelijk 
zijn, dat zoo'n tuinstad juist aan hen die er het 
meest behoefte aan hebben — aan den midden- 
stand — ook ten zeerste zou ten goede komen, 
ja voor hen in een noodzakelijke behoefte 
voorziet. 

Het is ons dan ook aangenaam te kunnen 
mededeelen, dat eindelijk zich in de hoofdstad 
eene kommissie heeft gevormd van vooruit- 
strevende mannen, bekend zoowel op financieel 
als op filantropisch gebied, die zich voor het 
genoemde doel van een zeer groot, bizonder 
gelukkig gekozen terrein hebben verzekerd, 
gelegen aan de kromming van den Amstel, 
slechts even buiten de tegenwoordige grens 
doch onder den rook van Amsterdam, in de 
gemeente Nieuwer-Amstel. 

Geheel op f ilantropischen grondslag, en verder 
op coöperatieve basis, zijn de plannen opge- 
maakt, voor den bouw der — wanneer vol- 
tooid — meer dan 900 op zichzelf staande 
villa's, elk met ongeveer 200 vierk. meter tuin, 
en alle villa's zooveel mogelijk in uiterlijk van 
elkaar verschillend, waarvoor te zijner tijdeen 
prijsvraag zal worden uitgeschreven. 

Elke villa, zoo voor boven- als voor bene- 
denwoning ingericht, zal bevatten ruime, luch- 
tige woon-, zit- en slaapkamers, keukens, zol- 
der, kelder — alles naar de nieuwste eischen 
ingericht, en natuurlijk voldoende aan de streng- 
ste criteria der woningwet. De inrichting van 
het geheele kwartier is, na reeds nu gedane 
opmetingen en voorbereidende werkzaamheden, 
toevertrouwd aan den talentvoUen Amsterdam- 
schen architekt Foeke Kuipers, die later zéér 
waarschijnlijk door onzen genialen Berlage zal 
worden bijgestaan. 

Het geheel op dijk-hoogte te brengen terrein, 
dat door zijn uitgebreidheid (met eene kleine 
toevoeging) den verkeersweg vanaf de Cein- 
tuurbaan tot de kromming van den Amstel 
met meer dan de helft van den thans daar- 
voor noodigen tijd (langs den Amstel!) zal 
verkorten, belooft eene waardige aansluiting 
te worden aan het daaraan grenzende, door 
den gemeenteraad goedgekeurde uitbreidings- 
plan-Berlage. 

Naar wij vernemen is de opzst voor deze 
plannen een meesterwerk van kombinatiën, voor welke, 
ook wat de zekerheid dezer samenstellingen aangaat, 



een onbetwistbaar succes is weggelegd. Immers, den 
deelnemers is het — en mag het niet zijn — om winst 




te doen. De grondslag waarop de onderneming steunt 
is deze: een ieder eene, financieel onder zijn bereik 



958 



liggende, woning met grooten tuin te verschaffen, — 
géén spekulatief bouwplan dus. De villa's en de grond 
komen, eenmaal gereed en aangelegd, noch te huur noch 
kunnen worden verkocht. Zij worden het onbezwaard 
eigendom der toekomstige bezitters. De Tuinstad-maat- 
schappij zal voorts eene lijfrente instellen voor de 
weduwen, de weezen en de ouden van dagen onder 
hare deelnemers, — kortom: het wordt eene echt 
moderne, twintigste-eeuwsche onderneming. 

Wellicht zullen wij gelegenheid hebben om op 
deze, voor Amsterdam zoo buitengewoon belang- 
rijke, aangelegenheid nader en uitvoeriger terug te 



komen. De zaak is zeker nadere toelichting waard. 

Van de origineele ontwerp-teekening der tuinstad, 
in kleuren uitgevoerd door den architekt, den heer 
Foeke Kuipers, geven wij hier eene reproductie. Men 
kan er den aanleg op zien en er de grootte van het 
terrein nauwkeurig op berekenen. De teekening is 
namelijk vervaardigd op een schaal van 1 : 1250. 
Elke miUimeter op de teekening is dus 1 V4 meter 
in natura. Wij twijfelen niet, of ook deze foto, die ons 
welwillend werd ter beschikking gesteld, zal den be- 
langstellenden lezer zeer interesseeren. 



Verdriet 

door C. L. W. 



Rustig zittend in een hoekje van de tram, die haar 
naar Arti zou brengen, dacht Dora na over de 
woorden van Jaap en over zijn raad, niet naar de 
tentoonstelling te gaan waar ze nog treuriger vandaan 
zou komen dan ze nu al was. 

„Wat heb je er aan, toe te geven aan je leed, het 
te vergrooten door alleen te gaan zitten met de handen 
in den schoot, of te lezen in sentimenteele en zwaar- 
moedige boeken. En dan nu weer naar Arti te gaan, 
waar het werk van Theo hangt voor het laatst, nu hij 
dood is!" 

„Als hij nog leefde, zou ik toch ook naar de ten- 
toonstelling gaan om zijn werk te zien? Waarom zou 
ik het dan nu niet doen? Ik wil toch zien hoe het doet 
tusschen het werk van anderen", had ze gezegd. 

„Kletspraat. Daarom doe je het niet!" had Jaap op 
zijn ruwe manier geroepen. 

„Je bent zwak. Je wilt je niet uit je verdriet opheffen! 
Je vindt het een genot, te huilen en aan hem te denken, 
een groot leed in je ziel rond te dragen, het te koes- 
teren en te doen groeien, je anders te voelen dan een 
gewoon mensch!" 

„Jaap, Jaap je bent wreed!" had Dora geroepen, en 
het klonk als een angstkreet. Hoe kon Jaap haar diepe 
groote smart zoo tot iets slechts en laags maken! 

„Zachte heelmeesters, Dora, daar weet ik alles van. 
Verbeeld je, dat je een vriend had die met je mee- 
treurde, over hem sprak, enz. enz. Wel kindje dan was 
je over een jaar ook dood en dat wil je toch niet. 
Bovendien heeft Lize je nog noodig. Ze heeft me juist 
met een boodschap naar je toegezonden. Ik geloof dat 
je haar helpen moet aan een draagjurk en luierbroekjes, 
of hoe heet dat goedje, waar jelui vrouwen de arme 
kleine Bobby mee optuigt." 

Even had Dora gelachen, zooals altijd als ze dacht 
aan de snoezige rosé baby van Lize en Jaap, waarvoor 
zij altijd de Weertjes hielp maken. 

Jaap, blij dat hij Dora tot andere gedachten had ge- 
bracht, greep haar bij de arm om haar te doen gaan 
in de richting van zijn woning, denkend dat hij 't spel 
gewonnen had, maar Dora zag weer ernstig en zei: 

„Eerst even naar Arti. Over een half uur ben ik bij 
Lize. Bonjour." 

„Ga dan als je met alle geweld wilt", klonk het boos 
terug. 

„Jaap, wees niet zoo hard tegen mij. Ik kan niet 
anders en zou zoo graag willen, dat jij, Theo's besten 
vriend, iets van mijn verdriet voelde." 

Twee droeve oogen zagen smeekend tegen Jaap op, 
en hij bedwong zijn verontwaardiging en zei: 



„Beste meid, ik meen het zoo goed met je, en kan 
niet zien dat je zoo aan je verdriet toegeeft. Heusch 
Dora, kom lederen dag een uurtje praten met mijn lieve 
wijfje en speel dan wat met Bobby die al veel te lang 
om tante Dora geroepen heeft." 

Toen hadden zij afscheid genomen en Jaap, die 
goeierd, had haar nog in de tram nagewuifd. 

Aan de halte, tegenover Arti, stapte Dora uit, en liep 
vlug de breede trappen op en de gang door naar de 
tentoonstellingzalen. Naar de werken in het voorzaaltje 
keek ze niet. Ze had door de portières reeds het werk 
van Theo in de groote zaal gezien. Niet omdat het 
opviel door bijzondere schoonheid, kleur of afmetingen- 
maar door het zwarte krip, dat om de lijst was ge, 
slingerd en de krans van immortellen die daarop hing 
als een groote gele vlek. 

Even had het haar ontroerd, maar toen opeens vond 
ze het belachelijk. Dat lapje krip en de krans van stijve 
gele bloempjes, ronde als een kerstkrans bij den banket- 
bakker! Wat 'n dwaasheid. Wat ging het de tentoon- 
stelling-bezoekers aan, of de maker van dit werk dood 
was? Dat ging haar, haar alleen aan, want zij was zijn 
verloofde geweest, voor haar had hij gewerkt, zij had 
hem geholpen door hem aan te moedigen en te troosten 
als hij moedeloos was over zijn onmacht, de dingen 
zoo schoon te geven als hij ze zag. Zij, zij alleen had 
levensblijheid in zijn bestaan gebracht, die zich uitte 
in het frissche, krachtige werk, uitmuntend door eigen 
opvatting, zien en voelen. En nu was dat alles uit voor 
haar, voor haar alleen, en in het leven van al die 
menschen hier gaf het volstrekt geen verandering. 

Tegenover een van zijn stukken, een bloemstudie, 
ging zij op de rustbank zitten en onwillekeurig werd 
zij geboeid door de verschillende menschen die langs 
de wanden gingen, fluisterend tot elkaar hun meening 
zeggend over de werken die er hingen, alsof zij bang 
waren, dat iemand in hun nabijheid hun meening zou 
kunnen hooren. 

„Gek toch", dacht Dora, „dat men op een tentoon- 
stelling rond loopt alsof men in een sterfhuis is. 
Waarom praat men hier zoo zacht? Het spreekwoord: 
„la critique est aisée, l'art est difficile", schijnt een 
leugen te zijn. Als de kritiek zoo makkelijk was, zou 
ze niet zoo vaak oorzaak zijn van een minachtend 
schouderophalen of schamper lachje om den mond van 
een andersdenkende en anders-bekritiseerende. Zachtjes 
praten dus, om je niet belachelijk te maken in de oogen 
van je buurman, die je niet kent, en misschien wel de 
vervaardiger is van het werk waarover je een oordeel 
durft vellen! 



— 959 



Die twee heeren, daar vlak bij haar, schenen zelf- 
bewust genoeg, een luid oordeel te mogen zeggen. 
Het schenen journalisten te zijn, wantfzij noteerden af 
en toe iets, en spraken lang over een paar opvallende 
doeken. Nu stonden zij bij het werk van Theo en 
Dora's hart klopte geweldig, want nu zou ze een 
onpartijdig oordeel daarover hooren. Zij spraken immers 
luid genoeg dat ze het kon verstaan! 

Een van hen bukte zich om de bloemstudie van 
dichtbij te bekijken, toen draaide hij zich op zijn hakken 
rond en riep: 

— „Poe, zulk werk mag wel weg gestopt worden. 
Wat 'n geluk dat de man dood is!" 

Zijn blik viel, bij 't verder gaan, op een tenger meisjes- 
figuurtje dat hem doodsbleek en met treurige oogen 
aanstaarde. Mogelijk voelde hij het verband tusschen 
haar en 't met krip behangen werk, en had hij spijt 
van zijn woorden, die zoo harteloos klonken. Mogelijk 
ook niet . . . . ! 

Dora stond langzaam op, met alle geweld zich 
inspannend kalm te schijnen. Als een slaapwandelaarster 
ging zij de breede trappen af, en bij lederen stap klonk 
het in haar oor: Wat 'n geluk dat hij dood is! 

Bij de uitgang deed de buitenlucht haar tot zichzelve 



komen en zij stond even stil om diep adem te halen. 
Toen werd haar een hand toegestoken en Jaap's stem 
klonk hartelijk: 

„Ik dacht wel, dat je niet lang zou blijven, wandelde 
op mijn gemak door de Kalverstraat hierheen en kom 
juist bijtijds. Nu kunnen we samen naar huis gaan." 

Hé ja, dat was waar. Ze had het beloofde bezoek 
aan Lize vergeten en zou op de tram naar huis ge- 
stapt zijn als Jaap haar niet hier had getroffen. 

Voor een speelgoedwinkel bleef Dora stil staan en 
zei opgewekt: 

— „Wacht even Jaap, ik heb nog wat voor Bobby 
te koopen. Toen ik laatst bij jelui was, riep hij „aap, 
aap" tegen mij. Nu zal ik hem een aap koopen, zoodat 
hij door vergelijking kan zien, dat tante geen aap is! 
Door vergelijking leert een kind het best" 

— „Wel, wel, wat 'n paedagogische wijsheid geef 
je daar ten beste. Waar heb je dat geleerd?" 

— „Door ondervinding en waarneming, Jaap. Daardoor 
heb ik al veel geleerd in mijn leven. Nu op dit oogen- 
blik leer ik weer, wat 't beste middel is tegen verdriet. 
Het is, mee te leven met anderen. Jaap. Kom, laat ik 
Bobby 'n aap koopen en dan gaan we gauw naar Lize, 
die al lang genoeg op mij heeft zitten wachten." 



I 



HOE GEZOND TE ZIJN. 



Qe Ifunt U niet gezond voelen of gezond zijn indien Uw maag 
niet in staat is behoorlijlc Uw voedsel te verteren en Uw ge- 
stel die kracht en voeding te geven die het noodig heeft. Een 
maag die niet in orde is veroorzaakt pijnen in de borst, den 
rug en het hoofd, verzwakt Uw lichaam, verstoort Uw geest. 

Al deze toestanden kunnen voorkomen en genezen worden 
door het gebruik van Moeder Seigel's Tabletten, een zuiver 
plantaardig geneesmiddel dat hoegenaamd geen schadelijke 
stoffen bevat. Probeert ze. 

Den 19den Mei 1908 schreef Mejuffrouw de Wed. W. J. 
Berghen, wonende Bankastraat 21 te Amsterdam, ons als volgt: 
„Sinds geruimen tijd leed ik aan Slechte Spijsvertering, moe- 
deloosheid, galachtigheid, benauwdheden in de maag en gebrek 
aan eetlust. Ik probeerde alle mogelijke medicijnen zonder den 
minsten baat, totdat ik na het gebruik van één fleschje Moeder 
Seigel's Tabletten mij weer volkomen gezond voelde. Mijn 
eetlust is teruggekomen en ik heb niet den minsten hinder 
meer van al die pijnen en verdere ellende." 

Moeder Seigel's Tabletten zijn verkrijgbaar bij alle Dro- 
gisten en bij de voornaamste Apothekers. Prijs fl. 1.50 per 
fleschje. 

Te Amsterdam verkrijgbaar o. a. bij de Heeren: A. VAN 
TUYLL, Paleisstraat 13, PHARMACIE FRANQAISE, Galerij 35. 



Echt Victoriawater 

OBERLAHNSTEIN 



JKCSNÉLT.JES 



■ « 

• 

'• 
!►.- 
'• 

>•:■-■ : 
• 



'^BRGNSCIETERY- KDPÉRSLAGERY 
ELECTRG •• GALVANISCHE ■■ INRICHTING 
KENNEMMERSTRAAT N?l 




HAARISEM 





WEELDERIGE BOEZEN 

in twee maanden door da 

Pilules OEIENTALES 

weldadig voor de gezondheid, zonder weerga voor 

liet ontwikkelen, slcvigmaken en herstellen der 

Borsten,zoo\vclbijdcvrouwal,sbijhetjongemeisje. 

Doos met beschiijs'ing Gkl. 3.35 fr'". 

(Gihdmc \}i:rzending zonder iiih-n' ijk c kekcneri). 

3. RATIÉ, Apolh., eenig toeliercider, Parijs, 

5, passage Verdeau. 

[^ Adres : Amsterdam, Pli'« Francaise^ Oalcrij, 35. 



Koopt geen Zijde! 

zonder vooraf de stalen van onze gegarandeerd solide Nouveautés 
in zwart, wit en gekleurd aangevraagd te hebben. 

Specialiteit: Zijöestoffen voor Bruids-, Bal-, Gezelschaps- en Wan- 
deltoiletten, en voor Blouses, Voering enz, van 60 cents tot 9 gulden 
per Meter, tevens geborduurde blouses en oostumes in batist en zijde. 

Wij leveren direct aan particulieren, eji zenden de uitgezochte 
zijdestöffen franco vracht en rechten aan huis. 

Schweizer & Co., Luzern H 26 (Zwitserland) 

Zijdestoffen-Export — Koninkl. Hofl. 



Larensche Kunsthandel 

AFDEELING LAREN N.H. -:- VILLA MAUVE 

DOORLOOPENDE TENTOON- 
STELLING VAN HET WERK 
VAN LARENSCHE SCHILDERS 

GEOPEND ALLE DAGEN, OOK DES ZONDAGS,VAN9-5 UUR 
ENTREE 25 OTS. LEDEN VRIJ. 

Alle clichés, door ons 
vervaardigd voor „HET 
LEVEN", zijn voorzien van 
dit merk 





HELIOS 

CLICHÉS 

ROTTERD/IM 



i 



960 




Wilt gij smaicelijlc 
en goed eten? 

Bezoekt dan het 

Restaurant 
Pürstenbers: 

Prop. : FRITZ SAÜR. 

Nieuwstraat 18, 
ROTTERDAM. 

Z ij s t r a a t der Noordblaak, 
tegenover 't Postkantoor. 



Lotisico. 



^f et welbegrepen 
M M eigenbelang van 
allen, die wel eens aan 
de NEDERLANDSCHE 
STAATSLOTERIJ 
deelnemen, gebiedt het 
aanschaffen eener 

POLIS van LOTISICO. 

i^* Vraagt in- 
-lichting en en over= 

tuigt U zelf. 



Op schriftelijk ver= 
zoek aan het adres van 
Lotisico, Ju liana van 
Stolbergplein No. 11 te 
's Gravenhage, worden 
de prospectussen met 
bijbehoorende docu= 
menten gratis en franco 
per^post verzonden. 



DE 



S W A N 




9f VULPENHOUDER 

aV GESCHIKT VOOR ELKE HAND 
is WERELDBEROEMD als DE BESTE. 



iHÉ^mi^^^mM^ma, 



Prijs vanaf: 

f 6.30 

Verkleinde afbeelding. »»b»»^» 

„SWAN" PEN-ALBUM op aanvrage GRATIS. 
la] Verkrijgbaar bij alle soliede handelaren in schrijfbehoeften. 
namaak ! Hoofdagenlen : GEBR. POLAK, Vlissingen. 



i^- WACHT U 
voor 




AUTO 

speciaal voor het veivoer van 

Zieken, Herstellenden 
en Rustbehoevenden 

naar alle plaatsen in het Binnen- 
en Buitenland. 

TBlephoon 1392. DP. C. W. 1. ESSERS. 

Telegram-adres : £SSERS,ïoorliurg-;;al,ABisterdain. 




KONINKLIJKE LUXEBROOD-BAKKERIJ 

PAUL C. KAISER 

VIJZELSTRAAT 5-13 - AMSTERDAM - Telefoon 1167 
Filialp • Gravenstraat 5 Leidschestraat 98 

' Willemsparkweg 83 LInnaeusstraat 74 

Leverancier van alle soorten Luxebrood voor diverse festiviteiten. 




No. 6 f 270 

Junior «80.^ 

Werken zonder 
linten, volkomen 
zichtbaar schrift 
scherpe letter. 

Hoofdagenten 
voor Nederland 



en Krloniën: 

HEYENBROCK, HASELAGER & Co. 

Singel 494 = Intercomm. Tel. 2292 = Amsterdam. 



BINNENHUIS 
DIE HAQHE 

INRlCtlTlNQ VOOR 
TOEGEPASTE KUNST 

Complete Meubileerinq 

Teekeninqen en 

Prijsopgave gratis door 

het geheele ruk. 

ScheveningscheVeer N° 2 1 
telefoon' 3024.=^ 

Filiaal: Veenestraat n" i 

== telefoon .3769. == 

DEN HAAG 



eeRST€NeD- THORIUM ew 

•GBSGLOeiLICHTFflBRÏêK- 



*««'"""'"«»»«Jï 







IMAUTAüJ^iAAGEMI 



ICLICHÉSl 
BUTcrrypiE 

|ZINC»GR7(FI&| 

] GSLVSNO'a.| 

|VETDRIJI(^EN| 

COeO WERK. I 

I coeDBOOpe 

■PflUZEN.1 

I VLUcce ■ 

LEVERING I 



THE WORLD'S 

= STANDARD. 

THE 

PREMIER CYCLE Ce. Lto. COVENTRV. 










.vS-- *' ■ 






.^v>^: 



•^4- v-t 









♦ 

Onder 

de beste 

Schrijfmachmes, staat 

bovenaan, de bedendaag-sche 



^. 










\, 






'^^^i\ 



% 



a^^ 









? 



99 



Blickens 




uit de fabriek van dien naam te Stamford (öonn. U.S. A.). 



Model 7. Kantoor-machine. 

PRIJZEN, met inbegrip van een ingénieusen 
„TABULATOR" (bij andere machines wordt voor een 
„Tabiilator" een extra betaling gevorderd ad f 15.— 

tot ƒ 45.— 1 1 ! !) 

van f 150.-totll 188.-, 



Model 5. Reis-machine. ** 

Voor Jpapierlter breedte van 23 c.M. 
doch zonder „Tabulator" 

Prijs ! f125.- 



ka? Sufkf "wo'5en"%t: verschillende talen en lettersoorten, 

in één oogenbiik zelf te verwisselen, en geeft volkomen zichtbaar sclirift. 
Oeea der overig^e Machine-Fabrikaten geeft of kan geven het ongeëvenaard 
schoone, scherpe schrift der „BLICKENSDIiltFEIR", daar b^ deze 

fireea Lint wordt «rel^ruil^t! ! ! 

Zij weegt slechts ± 5 Kilo en' kost weinig méér dan de helft der andere goede machines. Beschrijvende 
prospectus, tevens van bijbehoorende KANTOORMEinSELEN EN ARTIKELEN, wordt op aanvrage 
omgaand toegezonden door den Invoerder : 

Kantoor: Kerkstraat 39l|bij de Utrechtschestraat. - Int. Tel. 1355 

AMSTERDAM. 



i 



EXCELSIOR 



MOTOR 

AUTO 

RIJWIEL 



B 




Oen-fert. 
ED. KIEY. 
Amstei314 



Restanrant ci-deyaot VAN DER PIJL 
!8 Plaats LA HAYE 

Première Maison de la Hoilande 

sans orchestre 



■na- B a ■ a ■ -B a II ■ ■ M ■ 



i[è)!iaiLaKi®§es].i aKiiDQöiJirsoii 




• KRIMPVRIJE WOLpN 
SONDi^qgiPEREN 



■ ■■■■■■■■ ■nanr-g-wia 

Verkrijgbaar bij: 
H. MBYBR, Hofl., Amsterdam. 
ADRIAAN SCHAKEL, Hofl., Amsterdam. 
Mag. ,^IIet Anker", Den Haag. 
MBDDENS & ZOON, Den Haag— Rotterdam. 




Het Leven 

wordt een ieder veraangenaamd door aan- 
schaffing eener echte 

Odéon=Gramophone 

met 

OdéonrduplexxRecords. 

Enorm niuziek-repertoire. — De grootste kunstenaars 
en kunstenaressen zingen uitsluitend voor 



ODEON 



INTERNATIONAL TALKING MACHINE Co, 
Amsterdam, 322 Singel. 



Triple-See „Cointrean" 

FIJNSTE DER LIKEUREN. 
ALOM VERKRIJGBAAR. 

Restaurant Blble Hotel. 

Déjeuners van II tot 2 uur 's namiddags a l 1.25. 

Diners . . „ 5 „ 8 „ 's avonds a f 2.50. 

Restaurant den $eheelen das. 




m 



i» 



De Redoctie uun Jet Leven 

vraagt in alle plaatsen van ons land 



ISgS8Sg2K?KSg^ 



8i 
SI 
SI 
SI 
SI 
BI 
SI 
SI 



I Photo=CQrrespotideiiten> | 

^ SI 

S^ Men wende zich schriftelijk tot de Hoofdredactie: Keizersgracht 283*287, Amsterdam. C2 



,w.«j,u?,, W; w,%i? ,%*: w, . 



Bit hlsd is gedrukt iet inkten fan KAST & iWSl G.i.b.H. Stittgart. - Yertepiwgeniigers: J. E. STSUERO if. i Go., insterilaoi.